Een van de meest aangehaalde climategate-passages is een e-mail van Phil Jones aan Michael Mann (in 2004), waarin Jones aangeeft dat hij desnoods de definitie van peer review verandert om ervoor te zorgen dat twee artikelen uit het volgende (vierde) IPCC-rapport zullen blijven:

The other paper by MM is just garbage – as you knew. [...]
I can’t see either of these papers being in the next IPCC report. Kevin and I will keep them out somehow – even if we have to redefine what the peer-review literature is !

De algemene reactie van de klimaatgemeenschap op deze nogal dubieus ogende passage is zoiets van er valt hier niks te zien, want de twee artikelen zijn uiteindelijk toch gewoon netjes opgenomen in het IPCC-rapport. Het was kortom een beetje stoere mannenpraat van Jones, maar uiteindelijk heeft hij toch netjes zijn werk gedaan als IPCC lead author.

Stephen McIntyre reconstrueerde vorige week op Climate Audit de context waarin deze opmerking van Jones gezien moet worden en of IPCC inderdaad netjes met de artikelen is omgesprongen. Het korte antwoord op die laatste vraag is ‘nee’.

MM
Wie zijn de genoemde MM? In de discussies rond de hockeystick staat MM voor McIntyre en McKitrick. Het kan ook staan voor Maunder Minimum, de periode rond 1700 waarin de zon zeer inactief was met als gevolg de kleine ijstijd. Hier staat MM echter voor Patrick Michaels en Ross McKitrick. Zij publiceerden in 2004 een artikel waarin ze lieten zien dat het patroon van opwarming op aarde, zoals dat gemeten wordt door weerstations op land sterk gecorreleerd is aan een aantal economische parameters zoals GDP. Dat is problematisch voor de broeikashypothese want broeikasgassen verspreiden zich razendsnel over de atmosfeer. Een land met veel economische activiteit en dus CO2-uitstoot heeft in principe dus niet meer kans om op te warmen dan landen met lage CO2-uitstoot.

Het is overduidelijk dat de groei van de wereldbevolking en de groei van steden en wegen invloed heeft op de directe leefomgeving. Ook het IPCC erkent dat, het zogenaamde Urban Heat Island effect, het verschil in temperatuur tussen steden en het omringende platteland, bedraagt doorgaans twee graden Celsius of meer. De grote vraag is dus of de thermometers die Phil Jones gebruikt voor zijn wereldgemiddelde temperatuur op land daar ‘last’ van hebben. Jones en het IPCC zeggen van niet (en Jones brengt dan ook geen correcties aan voor verstedelijking), daarbij verwijzend naar enkele peer reviewed publicaties. Maar die publicaties testten het effect van steden in enkele landen, maar niet op mondiale schaal. Dat is vreemd, dachten Michaels en McKitrick en zij testten het dus voor het eerst op mondiale schaal en vonden een statistisch significant verband tussen opwarming en industriële ontwikkeling. Hmmm, dat betekent dat het onder andere door Phil Jones gebruikte netwerk wel degelijk last heeft van verstedelijking en industriële ontwikkeling. In een tweede paper in 2007 schatten Michaels en McKitrick in dat de recente opwarming op land hierdoor waarschijnlijk 50% overschat wordt. Dat is uitermate vervelend voor de broeikashypothese want die zien juist de recente opwarming sinds 1970 als sterkste bewijs dat broeikasgassen de aarde opwarmen.

De analyse van Michaels en McKitrick werd bevestigd door een publicatie van De Laat en Maurellis van het Nederlandse SRON. De Laat werkt inmiddels bij het KNMI. Zij gebruikten niet de oppervlaktemetingen maar de satellietmetingen en koppelden die aan het energieverbuik van landen. Ook zij vonden een statistisch significant verband. Hun artikel is het tweede artikel waarover Jones rept als hij schrijft I can’t see either of these papers being in the next IPCC report.

De mens
Was de opmerking van Jones stoere mannenpraat of voegden hij en zijn mede lead author Kevin Trenberth van Hoofdstuk 3 van het vierde IPCC-rapport de daad bij het woord? Dat laatste was het geval. Een IPCC-rapport kent twee conceptversies waarop reviewers mogen reageren. In beide conceptversies werden de artikelen van Michaels en McKitrick en De Laat/Maurellis niet vermeld. McKitrick, die expert reviewer was, maakte de IPCC-auteurs hierop attent. In het twee concept echter nog steeds geen woord over de twee artikelen. McKitrick wijst ze er opnieuw op en dan in het definitieve rapport staat er toch een passage over de twee publicaties. IPCC-auteurs zijn ook verplicht reviewers te antwoorden en alle opmerkingen en antwoorden zijn na enige strubbelingen openbaar gemaakt. Dit is de reactie die McKitrick kreeg:

Chapter 3 Second Draft Review Comments, line 3-453): Rejected. The locations of socioeconomic development happen to have coincided with maximum warming, not for the reason given by McKitrick and Mihaels [sic] (2004) but because of the strengthening of the Arctic Oscillation and the greater sensitivity of land than ocean to greenhouse forcing owing to the smaller thermal capacity of land. Parker (2005) demonstrates lack of urban influence.

IPCC beweert dus dat het gevonden verband door MM niks met verstedelijking en dergelijk te maken heeft maar met o.a met het sterker worden van de Arctische Oscillatie. De ironie van deze reactie kan niet groter zijn. Het IPCC bagatelliseert waar het ook maar kan de invloed van natuurlijke variaties op het klimaat om maar de recente opwarming aan broeikasgassen te kunnen toeschrijven. Nu zijn er twee peer reviewed publicaties (MM en De Laat/Maurellis) die zeggen dat de recente opwarming is toe te schrijven aan de mens, maar dat het meer met verstelijking, industrialisatie em energieverbruik te maken heeft dan met een opwarming door broeikasgassen. IPCC weerlegt die claim door te wijzen op natuurlijke variaties in het klimaat!

Slag in de lucht
Probleem is alleen dat Jones en Trenberth helemaal niet beschikten over een peer reviewed publicatie waarin het werk van MM weerlegd werd. Hun opmerking hierboven is dan ook volstrekt een slag in de lucht. In het IPCC-rapport schreven ze uiteindelijk het volgende:

McKitrick and Michaels (2004) and De Laat and Maurellis (2006) attempted to demonstrate that geographical patterns of warming trends over land are strongly correlated with geographical patterns of industrial and socioeconomic development, implying that urbanisation and related land surface changes have caused much of the observed warming. However, the locations of greatest socioeconomic development are also those that have been most warmed by atmospheric circulation changes (Sections 3.2.2.7 and 3.6.4), which exhibit large-scale coherence. Hence, the correlation of warming with industrial and socioeconomic development ceases to be statistically significant. In addition, observed warming has been, and transient greenhouse-induced warming is expected to be, greater over land than over the oceans (Chapter 10), owing to the smaller thermal capacity of the land.

Let hier op het taalgebruik ‘attempted to demonstrate’ in plaats van bijvoorbeeld ‘showed’ of ‘showed convincingly’ als het resultaat beter in hun straatje zou passen. Vol overtuiging schrijven ze dat het verband niet langer statistisch significant is als rekening wordt gehouden met ‘atmospheric circulation changes’. Er wordt echter niet verwezen naar een publicatie, want die is er eenvoudig niet.

Dus ‘ja’ IPCC verwees uiteindelijk naar de twee artikelen in de veel geciteerde e-mail van Jones aan Mann. Maar de conclusie is toch ook gerechtvaardigd dat Jones en Trenberth er inderdaad alles aan gedaan hebben om de papers uit het IPCC-rapport te houden. Toen ze zich uiteindelijk wel gedwongen voelden om er iets over te zeggen, werden de papers volledig verworpen met ad hoc kritiek die tot op de dag van vandaag nergens in de peer reviewed literatuur is te vinden. Welkom tot de magische wereld van het IPCC.