SIDEBAR
»
S
I
D
E
B
A
R
«
Plantenmest beinvloedt klimaatreconstructies: maar hoeveel?
januari 22nd, 2010 by Rypke Zeilmaker

Wat Climategate nog eens onderstreept is dat de arrogantie die alarmistische onderzoekers aan de dag leggen richting critici, deels wordt gemotiveerd door het maskeren van de onzekerheid over eigen kennis en data. Ook bij de zogeheten koolstofcyclus is dit het geval.

Terwijl de ‘halfwaardetijd’van CO2 in de atmosfeer toch een belangrijk discussiepunt is, lopen de schattingen met een factor tien uiteen over de hoeveelheid koolstof die planten en bomen opnemen uit de atmosfeer. En hoeveel groeien bomen en planten nu extra door hogere CO2-gehaltes? Het antwoord op die vraag is belangrijk om te bepalen hoeveel koolstof je extra kunt vastleggen via bijvoorbeeld compensatieprogramma’s. Dat het effect positief is staat vast. Iedere paprikateler kent het zogenaamde CO2 fertilisatie-effect, dat bij gehaltes van 1000 ppm de oogst fors opkrikt. Daarom krijgen tuinders in het Westland van Shell CO2 in hun kassen geblazen.

Boomringen
Deze fertilisatie speelt ook een grote rol bij de auteurs van hoofdstuk 6 van het AR4-rapport van het IPCC uit 2007.Neem bijvoorbeeld de beroemde klimaatreconstructies van Mann Bradley en Hughes in 1998, de hockeystickgrafiek die zich voor een groot deel baseert op de groei van boomringen. Men neemt hier aan dat de boomringen een goede maat zijn voor temperatuur, en verwaarloost daarbij deels andere groeifactoren en cycli.

Voor planten gaat deze tshirt tekst zeker op

Voor planten gaat deze tshirt tekst zeker op

Mann past een ‘correctiefactor’ toe voor het fertilisatie-effect. Maar feitelijk weet niemand precies hoe groot dit effect nu is op de groei van bomen, naast de vele andere factoren als temperatuur, neerslag, bemesting met stikstof uit de lucht. Want er zijn nauwelijks experimenten gedaan die het fertilisatie-effect kunnen onderscheiden. Kun je dus wel een nauwkeurige klimaatreconstructie maken op basis van boomringen?

Al in 1997 verwijst dendrochronoloog Keith Briffa naar onderzoek uit het meetnet van collega Schweingruber. Deze stelt op basis van honderden meetpunten in Europa vast dat bomen in de laatste eeuw veel sneller groeien, en dat het CO2-fertilisatie-effect een grote rol moet spelen, naast de gegroeide stikstofdepositie die vooral van de landbouw afkomstig is. De beroemde ‘decline’uit Climategate komt in deze email ook al ter sprake.

>On Mon, 3 Nov 1997, Keith Briffa wrote:
>
>>
>> Tom
>> thanks for the info. Actually this is a chance for me to to mention that
>> we have for the last few months at least, been reworking the idea of
>> looking in the Schweingruber network data for evidence of increasing tree
>> growth and hence ,potentially at least, evidence of changing tree(read
>> biomass) uptake of carbon.
>> The results are dramatic – Basically growth is roughly constant (except for relatively
>> small climate variablity forcing) from 1700 to about 1850. It then
>> increases linearly by about up until about 1950 after which time young ( up
>> to 50 year old) basal area explodes but older trees remain constant . The
>> implication is a major increase in carbon uptake before the mid 20th
>> century – temperatue no doubt partly to blame but much more likely to be
>> nitrate/Co2 . Equally important though is the levelling off of carbon
>> uptake in the later 20th century. This levelling is coincident with the
>> start of a density decline
– we have a paper coming out in Nature
>> documenting the decline . In relative terms (i.e. by comparison with
>> increasing summer temperatures) the decline is represented in the ring
>> width and basal area data as a levelling off in the long-timescale inrease

>> ( which you only see when you process the data as we have). The density
>> data do not show the increase over and above what you expect from
>> temperature forcing.
>> I have been agonising for months that these results are not some
>> statistical artifact of the analysis method but we can’t see how. For just
>> two species (spruce in the western U.S. Great Basin area and larch in
>> eastern Siberia) we can push the method far enough to get an indication of
>> much longer term growth changes ( from about 1400) and the results confirm
>> a late 20th century apparent fertilization!

Face
Het vaststellen van een fertilisatie-effect is knap lastig. Want afgezien van de zogenaamde FACE-experimenten zijn er verrassend weinig studies gedaan die dit positieve effect op plantengroei kunnen scheiden van de vele andere invloeden. Lokaal klimaat, bodemgesteldheid, leeftijd van bomen, onderlinge concurrentie om licht en voedingstoffen. Vele zaken spelen een rol bij de groei van bomen. En alleen bij FACE werd duidelijk onder gecontroleerde omstandigheden in open lucht jarenlang de CO2-concentratie verhoogd tot 550 ppm. Dan blijken bomen gemiddeld met 23 procent extra te groeien. Dus hoeveel extra groeien bomen nu wanneer de concentatie stijgt van 280 naar 385 ppm, zoals in de afgelopen eeuw? Niemand die het precies kan zeggen.

Regenwoud
In de tropen zijn nooit experimenten gedaan, die vergelijkbaar zijn met Face. Schattingen van 60 procent groei in productiviteit bestaan. Opmerkelijk was dat het IPCC in 2007 dit fertilisatie-effect niet meerekende in haar combinatie van klimaatmodellen en vegetatiemodellen. Zij voorspelden op basis van de toen gebrekkige modellen dat eind deze eeuw het volledige Amazonewoud zou verdwijnen.

Maar toen de Braziliaan David Lapola in 2009 in Biogeochemical Cycles het fertilisatie-effect wél meerekende, bleef het regenwoud plotseling staan. Extra CO2 maakt de fotosynthese van C3-planten efficienter. Zij krijgen hierdoor ook minder last van droogte. En zo verdween weer een klimaatramp op basis van modellen achter de horizon van betere modelresolutie, en meer natuurlijke werkelijkheid.

Pandora’s doos
Laten we zeggen dat de positieve rol van CO2 op planten nog geen uitgemaakte zaak is. Ook voor de klimaatonderzoekers. De onzekerheid over vele andere zaken naast temperatuur die de groei van boomringen beinvloed noemen de CRU-onderzoekers een ‘A Pandora’s box that we might open at our own peril.

Daarnaast blijft met name van plantenfysiologen de kritiek binnenregenen. Zoals blijkt uit deze email.

Dear Professor Briffa, my apologies for contacting you directly, particularly
since I hear that you are unwell.
However the recent release of tree ring data by CRU has prompted much
discussion and indeed disquiet about the methodology and conclusions of a
number of key papers by you and co-workers.
As an environmental plant physiologist, I have followed the long debate
starting with Mann et al (1998) and through to Kaufman et al (2009).
As time has progressed I have found myself more concerned with the whole
scientific basis of dendroclimatology. In particular;
1) The appropriateness of the statistical analyses employed
2) The reliance on the same small datasets in these multiple studies
3) The concept of “teleconnection” by which certain trees respond to the
“Global Temperature Field”, rather than local climate
4) The assumption that tree ring width and density are related to temperature
in a linear manner.
Whilst I would not describe myself as an expert statistician, I do use
inferential statistics routinely for both research and teaching and find
difficulty in understanding the statistical rationale in these papers.
As a plant physiologist I can say without hesitation that points 3 and 4 do
not agree with the accepted science.
There is a saying that “extraordinary claims require extraordinary proof”.
Given the scientific, political and economic importance of these papers,
further detailed explanation is urgently required.
Yours sincerely,
Dr. Don Keiller.

Hoe kun je uberhaupt realistisch dus een ‘wereldtemperatuur’reconstrueren op basis van proxydata die vooral door regionale klimaatinvloeden worden bepaald. Het zal nog een interessante discussie worden.

Aanverwante berichten:

  1. Nieuw onderzoek: klimaatverandering beinvloedt 100 procent diersoorten
  2. Hoeveel koeling brengt een zwakkere zon? Tot 2,5 graden. Brrrr!
  3. De zegeningen van CO2 en het IPCC
  4. Krijgt Kopenhagen volle laag Gore-Effect?
  5. Tien, tien!

6 reacties  
  • Hajo Smit writes:
    januari 22nd, 201022:32at

    Heeft Briffa geantwoord op die mail? Hoogst interessant!

    Waardevol of niet? Thumb up 0 Thumb down 0

  • Rypke Zeilmaker writes:
    januari 23rd, 201012:34at

    Het lijkt er op dat Briffa niet rechtstreeks antwoorde. Donald Keiller stuurt daarom een nieuwe email, omdat Briffa wel een posting maakt op de CRU-website om zijn behandeling van boomringdata te verdedigen die net door Steven McIntyre op Climateautit was behandeld

    Dear Professor Briffa, I am pleased to hear that you appear to have recovered
    from your recent illness sufficiently to post a response to the controversy
    surrounding the use of the Yamal chronology;
    ([5]http://www.cru.uea.ac.uk/cru/people/briffa/yamal2009/cautious/cautious.htm)
    and the chronology itself;
    ([6]http://www.cru.uea.ac.uk/cru/people/briffa/yamal2009/)
    Unfortunately I find your explanations lacking in scientific rigour and I am
    more inclined to believe the analysis of McIntyre
    ([7]http://www.climateaudit.org/?p=7588)
    Can I have a straightforward answer to the following questions
    1) Are the reconstructions sensitive to the removal of either the Yamal data
    and Strip pine bristlecones, either when present singly or in combination?
    2) Why these series, when incorporated with white noise as a background, can
    still produce a Hockey-Stick shaped graph if they have, as you suggest, a low
    individual weighting?
    And once you have done this, please do me the courtesy of answering my
    initial email.
    Dr. D.R. Keiller

    Waardevol of niet? Thumb up 0 Thumb down 0

  • kniesoor writes:
    januari 23rd, 201012:48at

    Rypke,

    Over “Wereldtemperatuur”.
    Iedereen die te maken krijgt met het doen van wetenschappelijk verantwoorde metingen, wordt geleerd over systematische en incidentele fouten en foutmarges.
    Als we bijvoorbeeld kijken naar de 1000en km grote extrapolaties over het wereld temperatuur rooster omdat echte metingen ontbreken en -- ander voorbeeld -- naar de bevindingen van McIntyre, is het voor mij onbestaanbaar, dat er -- door wie dan ook -- een wereldtemperatuur kan worden bepaald/gepubliceerd op een tiende en vaak honderdste graad nauwkeurig zonder opgave van de foutmarge! Ik vermoed dat als de foutmarge erbij wordt vermeld er niet eens een significant resultaat te zien is over wat voor periode dan ook. En dat is inconvenient natuurlijk.

    M.b.t. proxy-metingen als boomringdikte variatie is een vergelijkbare nauwkeurigheid natuurlijk bespottelijk.

    Waarom hoor je hier niets over? Ik kan er althans weinig over vinden.

    Waardevol of niet? Thumb up 0 Thumb down 0

  • Guido writes:
    januari 23rd, 201021:43at

    Goed stuk, corrigeren voor CO2 fertilisatie lijkt me net zo iets als temperatuur corrigeren voor het urban heat island effect; onmogelijk omdat er zo veel variatie in tijd en ruimte bestaat.

    Maar… je intro is enigzins kort door de bocht lijkt me, je zegt dat “de schattingen [lopen] met een factor tien uiteen over de hoeveelheid koolstof die planten en bomen opnemen uit de atmosfeer”. Dit lijkt me niet juist; uiteraard weet niemand precies hoeveel iedere boom apart opneemt, juist vanwege die grote variatie. Maar van alle bomen en planten bij elkaar is het wel degelijk bekend met een relatief beperkte onzekerheid (±25%), namelijk de emissies van fossiele brandstoffen + ontbossing -- toename van CO2 in de atmosfeer -- opname van de oceaan. Helaas weet niemand echter waar dit precies opgenomen wordt.

    Waardevol of niet? Thumb up 0 Thumb down 0

  • Rypke Zeilmaker writes:
    januari 24th, 201023:00at

    Beste Guido

    Ik baseer me op een paper in Global Change Biology van Nabuurs et al in 2003, waarin die schatting voor bos in Europa wordt vermeld, en dat schattingen van de hoeveelheden opgenomen koolstof een factor tien uiteen lopen.

    Los daarvan is de methode die je aanhaalt nogal foutgevoelig, want hoe groot de oceaansink precies is weet men ook niet, terwijl die wel een bepalende factor is in het berekenen van de sink in terrestrische ecosystemen

    wat de ‘globale temperatuur’op basis van proxy’s betreft, het is inderdaad waar dat je deze tenminste bij boomringen niet zonder grote foutmarges mag geven. De laatste analyses laten die boomringen zelfs weg. Hier overigens nog het volledige Biffra-citaat

    Another serious issue to be considered relates to the fact that the PC1 time series in
    the Mann et al. analysis was adjusted to reduce the positive slope in the last 150
    years (on the assumption -- following an earlier paper by Lamarche et al. -- that this
    incressing growth was evidence of carbon dioxide fertilization) , by differencing the
    data from another record produced by other workers in northern Alaska and Canada
    (which incidentally was standardised in a totally different way). This last adjustment
    obviously will have a large influence on the quantification of the link between these
    Western US trees and N.Hemisphere temperatures. At this point , it is fair to say that
    this adjustment was arbitrary and the link between Bristlecone pine growth and CO2 is ,
    at the very least, arguable. Note that at least one author (Lisa Gaumlich) has stated
    that the recent growth of these trees could be temperature driven and not evidence of
    CO2 fertilisation.
    The point of this message is to show that that this issue is complex , and I still
    believe the “Western US” series and its interpretation in terms of Hemispheric mean
    temperature is perhaps a “Pandora’s box” that we might open at our peril!
    What does Jan say about this -- he is very acquainted with these issues?
    cheers
    Keith

    Waardevol of niet? Thumb up 0 Thumb down 0

  • Guido writes:
    januari 25th, 201020:07at

    Bedankt Rypke -- op regionale schaal heb je volkomen gelijk, daar zullen de schattingen inderdaad een factor 10 uit elkaar liggen vanwege het onvermogen om op elke plek te meten of om de processen die spelen goed te doorgronden en dus voor variatie in tijd en ruimte te kunnen corrigeren.

    Op mondiale schaal denk dat ik niet dat we het eens worden. De oceaan sink is m.i. wel degelijk binnen redelijke marges bekend. Of in ieder geval, de verschillende manieren (bijvoorbeeld gebruikmakend van het feit dat de land sink zuurstof “kost” en de oceaan sink niet, of mbv isotoopfractinatie) van deze inschatten komen dicht bij elkaar in de buurt. Okay, geen 100% sluitend bewijs.

    Dit doet niks af aan je boodschap, die is m.i. gewoon goed, ik vind het alleen jammer dat er bij kritische blogs of artikelen vaak zo’n sfeertje ontstaat van “we weten helemaal niks”. Ik denk dat dat wel mee valt, vandaar mijn reactie.

    Waardevol of niet? Thumb up 0 Thumb down 0


Schrijf een reactie

Suggestie: Je kunt de volgende tags gebruiken: "Bold = <b>...</b>, Italic = <i>...</i>, quote = <blockquote>...</blockquote>, volledige hyperlinks worden vanzelf actief gemaakt maar je kunt ook een woord of zinsnede linken dmv <a href="doel-url" target="_blank">gelinkte tekst</a>, Youtube-video kun je embedden door de gewone Youtube-url te geven en eenvoudig http:// te vervangen door httpv://";

SIDEBAR
»
S
I
D
E
B
A
R
«
»  Substance:WordPress   »  Style:Ahren Ahimsa   »  Hosting:WordPress SEO Hosting   »  Support:CreativePulses   »  Hajo Smit:Wintersportweerman.nl