Op reportage over natuurbescherming in Israel. Pas als je ergens bent geweest of in praktijk iets hebt ervaren, kun je informatie OVER een item duiden

Op reportage over natuurbescherming in Israel/conflictgebied inclusief Westbank. Pas als je ergens bent geweest of in praktijk iets hebt ervaren, kun je informatie (secundaire waarneming) OVER een item duiden (Foto Thomas Krumenacker)

Ik schaar mezelf onder de ‘fans’ van Martin Sommer, commentator van de minst slechte krant van Nederland, de Volkskrant omdat hij kraakhelder analyseert, dossiers opzuigt en dan kritisch kan zijn. Alweer slaat Sommer in zijn commentaar ‘Journalisten denken dat ze objectief zijn, het publiek vindt van niet’ de spijker op zijn kop.  Journalisten moeten niet langer doen alsof ze objectief zijn, maar kleur bekennen, dan weet het publiek van te voren wat ze krijgen, want ze zien dat toch al en zijn niet gek(zie het consequente Israel-bashing door de NOS, het ‘hoera-windmolens’-cheerleadergvoel bij ‘kwaliteitsmedia’). Zoals zijn voorganger Hendrik Jan Schoo schreef

Schoo meende dat de uitgesproken politieke ideologie van de journalistiek van weleer plaats heeft gemaakt voor een impliciete ‘Ersatz-ideologie’: aanklagen van alle macht en mensenrechten als leidraad. Hij vond dat geen vooruitgang, zoals hij ook de vakmatige obsessie met evenwicht afwees. Hij schreef: ‘Verhelder dus waar je staat, verschuil je niet achter het mombakkes van je professionaliteit. Juist die verdwijntruc, die vlucht in de vermomming tot Mann ohne Eigenschaften, knaagt aan de journalistieke geloofwaardigheid.’

Ach, hadden we Hendrik Jan nog maar om in de journalistenziel te kijken…

…Vertrekpunt volgens Maurice de Hond-filosofie: ‘wat wij vinden’.
De traditionele linksigheid is volgens Sommer verdwenen- zie vooral ook de positieve verandering die de Volkskrant doormaakte. Maar toch kun je duidelijke vooringenomenheid waarnemen bij de mensen die zichzelf zien als ‘kwaliteitsjournalistiek’. Sociale zelfbevestiging weerhoudt journalisten er van die blinde vlek te detecteren. Daarom zien we teveel borstklopperij, waar het publiek al ziet: we worden beetgenomen. Objectieve journalistiek bestaat niet, heeft nooit bestaan en zal nooit bestaan. Het is 0ok niet nodig, je hebt goed geinformeerde intelligente journalistiek en slecht geinformeerde journalistiek. Punt.

Ik zou de ‘links’- ‘rechts’ verdeling  een andere jas geven: urbaan> ruraal, bureaucratisch academisch > weerbarstige praktijk, waarbij de vele mensen die ik ontmoette en die zich journalist noemden een merkwaardige paradox toonden: kosmopolitische wereldvreemdheid. Deskundig zonder inzicht, meningen op basis van sociale gemeenplaatsen zonder toetsing, en een idee van een zogenaamde ‘voorhoede’ deel uit te maken, gewoon omdat je als journalist tot zoveel plaatsen toegang krijgt en in de waan kan verkeren dat je deel van die voorhoede uit gaat maken.

..versus Maar is het ook Waar
De journalist identificeert zich met partijen die zich opwerpen als critici van ‘de macht’. Deels omdat dit moet, maar ook vaak uit een vaag gevoel, underdog-identificatie. Die critici van ‘de macht’ zijn meestal partijen uit de zelfde sociale kring als de journalist: met een urbane mindset, een progressieve komaf en zelfde nestgeur als bij het vroegere links, maar dan wat meer verwaterd zoals ‘links’ door de politieke tijd ook veranderde. De vertrekpunten zijn volgens mij dus minder wezenlijk veranderd dan Sommer stelt, hooguit iets meer difuus en met minder (zelf)kennis ondersteund. Maar onwetend zijn over je positie is niet neutraal, dat heet ‘onbewust onbekwaam’ in de managementliteratuur.

Onwetend zijn over de eigen vooringenomenheid, het eigen maatschappelijk vertrekpunt en insteek van je verhaal, dat wat je als ‘waar’ beschouwt dames en heren journalisten is iets anders als objectiviteit, laat staan neutraliteit.Sociale groepsbevestiging ‘dit is wat wij vinden’, een redactionele koers op basis van Maurice de Hond-filosofie (wat de meeste mensen vinden in mijn sociale omgeving) helpt alvast niet om dé vraag te stellen die iedere journalist dient te stellen: maar, is het ook WAAR? Dus hoe komen keiharde onwaarheden zo dagelijks in de krant als insteek van een item?

  • Gemakzuchtig kritisch zijn
    Praktijkvoorbeeld: net ben ik weer benaderd door een meisje van de onderzoeksredactie van De Groene. Ze doen ‘onderzoeksjournalistiek’ naar het huidige energiedebat. En meteen krijg ik weer vragen vanuit de klassieke journalisteninsteek. Er zouden hoogleraren zijn die door ‘de industrie’ worden betaald en daar banden mee hebben, waardoor zij ook niet meer betrouwbaar zijn. Je voelt al: men schrijft vanuit de groene NGO-insteek ‘wie houdt de windmolens tegen? De Industrie!!!!”
  • Die insteek is nogal makkelijk. Je valt de autoriteit van iemand aan, zonder dat je inhoudelijke kennis van het dossier hoeft te hebben: zie NOS, waar de energieredactie het verschil tussen energie en vermogen niet kent. Met private financiering van wetenschap is niets mé’ér mis dan met de beleidsmode gedreven financiering door de overheid. Als het de kritische toetsing van collegae doorstaat, en er geen directe druk op de inhoud is uitgeoefend door de betalende partij.  Het aardgas kan bij een hoogleraar uit de oren stomen, als het technisch klopt wat hij zegt of klopt wat hij publiceert hoeft dat niet principieel verdacht te zijn.

Journalisten aan leiband NGO’s
Hoe makkelijk: die critici van partijen die journalisten traditioneel wantrouwen (‘de industrie’ is zo’n boeman)  het personeel van NGO’s investeert het gros van hun miljoenenbudget in marketing en zijn zo makkelijk te benaderen dat je zomaar een berichtje klaar hebt met een prikkelende headline: het milieu gaat er aan volgens deskundige X, ‘de industrie houdt vergroening tegen’ het klimaat naar de sodemieter zegt nieuw onderzoek, een massa-uitsterven dreigt zegt belangerijke meneer, de paling is de nieuwe panda, de zee raakt leeg, de zielige Nigeriaanse slachtoffers van Shell.Waarbij ‘een nieuw onderzoek’ de journalist het vertrouwen moet geven dat hier een autoriteit spreekt die hij na 2 minuten inlezen als ‘betrouwbaar’ mag opvoeren met zijn gevoel als scheidsrechter. De partij met de beste marketing is zo ‘de waarheid’, dat wat wij het meeste horen is ‘waar’.

Wat de journoboer niet kent, dat lust hij niet: chemofobie en anti-industrieel
Zie hier de slaafse neiging van journalisten om NGO’s zonder weerwoord als bron op te voeren, los van het waarheidsgehalte met als voorlopig dieptepunt de Zembla-uitzending over Nigeria met ledenwerving voor Milieudefensie. Al ging de Volkskrant ook regelmatig zwaar door het ijs, zoals Jaffe Vink beschreef in ‘Het Gifschip’. En met Martijn van Calmthout die iedere mus met identiteitsproblemen toeschrijft aan CO2.

Of wat voor partij ook die zich als underdog/zieligerd danwel criticus van ‘de industrie’ opwerpt.De meeste journalisten zijn niet alleen totaal onwetend over alles dat met chemie, natuurkunde en biologie te maken heeft, je kunt ze classificeren als anti-industriele small is beautifull adepten met chemofobie. Wat de krantenboer niet kent, dat lust hij niet zullen we maar denken. Met als enige toetsing van het waarheidsgehalte hun beperkte sociale kring van gelijkgestemden, meest uit urbane setting en met PvdA-nestgeur.

Wanneer je voor quasi-objectiviteit turft of beide kanten van het verhaal even vaak aan het woord komen, toon je dat je inhoudelijk ver van het pad bent. Het gaat er om HOE de partijen aan bod komen: speelt de één voor de journalist een thuiswedstrijd en moet de ander zich tegen boe-geroep verdedigen. Het publiek ziet dat, vooral omdat internet een alternatief biedt met vele andere bronnen om de journalist te evalueren. Hij heeft gewoon niet het monopolie meer op een beroep dat toch al nooit beschermd was.

Wie de ‘underdog’ aanvalt is verdacht en moet zich verantwoorden, ookal is die ‘underdog’ het resultaat van professionele marketing
Zelf heb ik enige ervaring met ‘objectieve professionele journalistiek’, na mijn onderzoek over het Wereld Natuur Fonds.Ik kreeg ruimschoots de gelegenheid om mijn verhaal te doen, dus hoewel ‘objectief’ in de zin van airtime, was de INSTEEK licht pro-WNF omdat journalisten traditioneel sympathiseren met WNF en vergelijkbare NGO’s. Mijn kritiek werd bij zowel 1 Vandaag als RTL gesandwiched tussen een PR-bombardement van onzinnigheden van het WNF dat vakkundig volgens het handboek Crisiscommunicatie mijn kritiek omzeilde, zonder dat enige inhoudelijke over een weer discussie werd mogelijk gemaakt. Waardoor het WNF ‘won’ voor veel kijkers, terwijl Zeist niet één inhoudelijk punt hoefde te becommentarieren. De afdeling communicatie van WNF was de journalisten gewoon te slim af. (die worden ook veel beter betaald, terwijl de journalisten dagelijks het land doorcrossen en nauwelijks tijd hebben)

En ik als criticus van ‘het goede doel, de aardige redders der aarde’ (klassiek underdog-gevoel waar journalist mee identificeert, want WNF ‘bestrijdt de machthebbers’) kwam zo een beetje als de boeman uit het item: dat werd ook de insteek van het 1 Vandaag Item.Ik ben regelmatig al door journalisten geinterviewed en meen er dus over te kunnen oordelen, zie ook na mijn verhaal over de Ecologische Voetafdruk.

Je mag geen partij aanvallen waarbij de journalist een warm gevoel heeft, dan heb jij het gedaan, ookal is er inhoudelijk geen speld te krijgen tussen wat je aanbracht. (ik heb jaren veldwerk er op zitten, reisjes met het WNF en andere NGO’s  en honderden publicaties, primaire en deels peer reviewed literatuur doorgelezen).

Beta-gebrek
Het helpt alvast niet dat de meeste journalisten inhoudelijke vakkennis ontberen en zich dus verlaten op secundaire en tertiaire bronnen, meestal van achter een bureau de werkelijkheid beoordelen (het Joris Luijendijk-gevoel), of onder de vleugels van de zelfbenoemd kritische NGO-partij die hun snoepreisje betaalt. Nog minder is het, wanneer ze ook nog intellectueel lui zijn en béta-analytische vaardigheden ontberen, maar desondanks menen toch een verhaal te kunnen schrijven: zie de vele aangehaalde voorbeelden op ons blog op het gebied van natuur, milieu en klimaat.

De uitzonderingen in mijn metier – waar wetenschappelijke kennis (weten hoe wetenschap werkt) en (beta) analytische vaardigheden noodzakelijk zijn- zijn op 1 hand te tellen met Marco Visscher, Marcel Crok en natuurlijk de mentor bij Elsevier Simon Rozendaal waaraan ik deels schatplichtig ben, en die ik hier in Langweer al mocht verwelkomen. Hij was decennia roepende in de woestijn. Zelf mocht ik al bij mijn NVJ-lezing ervaren hoezeer het onmogelijk is de blinde vlek te agenderen, die als steeds donkerder wolk boven het beroep hangt.

Kleur bekennen? Ja graag!
De lezers van ons blog weten wat ze krijgen. In mijn geval ben ik door ervaring, dossierkennis en verder kijken dan mijn neus lang is, door vele reizen een criticus geworden van de partijen die beweren dat ze ‘het milieu’ beschermen. Bewijs en waarneming boven beweringen, dat is mijn insteek.  Daarnaast lijdt ik ook aan journalisteritis: ik kom op voor partijen die zo ten onrechte gedupeerd worden, zie mijn verhalen over de visserij. Wanneer ik fout zit: comments below, ik heb geen belang bij onwaarheden en laat me graag weerleggen door goede argumenten. Maar dan moet je ze wel hebben.

Het was niet bepaald zo dat ik op een dag opstond en last kreeg van onbedwingbare ‘anti-milieueritus’. Wel wijkt mijn insteek dankzij het traject dat ik aflegde dusdanig af van de journalistieke biomassa, dat deze automatisch verdacht heet. Mensen hebben sociale bevestiging nodig van een standpunt voor ze het geloven, zoals je ook meer kans bij een meisje maakt wanneer je ‘waarde’ door (zoveel mogelijk) anderen bevestigd wordt, als sociaal centrum of als Alfa Male of the Group. Anders ben je vooral erg ‘bijzonder’. (= licht verdacht vertaald uit het Vrouws)

Als ergens een omgekeerde werkelijkheid door de journalistiek in elkaar is gedraaid, dan is dit wel in het energiedebat.  De maatschappelijke schade die uit de blinde groen gekleurde vlek van de journalistiek voortkomt bedraagt zo tientallen miljarden euro’s, ons mooie landschap en zal als molensteen rond onze economie blijven hangen.

Wie mij nu niet objectief vindt, stel ik dan de volgende vraag: wat als je door voortschrijdend inzicht en jaren inlezen een andere opinie krijgt dan ‘iedereen’.  Waarom zou ‘iedereen’ dan meer gelijk hebben dan het beter ingelezen clubje insiders rond Climategate.nl, terwijl juist die meerderheid NIET geinformeerd is (in fase 1 verkeert, zoals ik blogde).

Dus, kleur bekennen? Graag! Dan kan de journalist de werkelijke underdogs scheiden met terechte kritiek op de ware macht van de partijen die zichzelf met miljoenen euro’s marketingbudget zo profileren om door journalisten aardig gevonden te worden: dat is de ware macht die we hinderlijk moeten volgen.