Dick Thoenes achtergrond co2_molecules

Dick Thoenes.

Gisteren verscheen het commentaar van Guido van der Werf op een eerdere ‘posting’ van Dick Thoenes. Hieronder de reactie van Dick Thoenes.

Allereerst wil ik nog eens beklemtonen dat mijn verhaal geen wetenschappelijk betoog is. Er staan geen wetenschappelijke verklaringen in en er wordt niet naar wetenschappelijke literatuur verwezen. Het is een samenvatting van mijn kijk op het onderwerp. Na 19 jaar studie en na het lezen van honderden artikelen en een stuk of tien boeken (waaronder die van Roy W. Spencer en Robert M. Carter) ben ik tot de conclusie gekomen dat het AGW–effect (AGW = ‘Anthropogenic Global Warming’) wel bestaat, maar zo klein is dat het niet echt van belang is.

Ik vind dat we het hele onderwerp eigenlijk wel kunnen vergeten. Een belangrijke factor hierbij is dat we feitelijk veel minder weten dan velen denken. Wat wij menen te weten is vaak gebaseerd op aannamen en op “projecties” met behulp van computermodellen, die vaak niet voldoende wetenschappelijk gefundeerd zijn. We weten het dan eigenlijk niet.

De essentie van mijn betoog is:

1. We kunnen een “gemiddelde temperatuur” van de atmosfeer niet nauwkeurig bepalen. Je moet namelijk middelen over dag en nacht, voor alle dagen van het jaar en voor alle plaatsen op aarde. Vanwege de interpolaties voor onbewoonde gebieden en grote delen van de oceanen is het resultaat onnauwkeuriger dan we denken. Mijn  temperatuurgegevens zijn o.a. ontleend aan HadCRUT3, IPCC-trapporten en climate4you.

2. Om thermodynamische reden is het zelfs niet mogelijk een werkelijk gemiddelde temperatuur te definiëren over een groot systeem, waarvan de onderdelen niet met elkaar in evenwicht zijn. Een “gemiddelde“ temperatuur, die berekend is uit waarnemingen van over de hele wereld, kan vanzelf op–  en neergaan, zonder uitwendige invloeden. Deze heeft dus geen fundamentele betekenis en bovendien een inherente onzekerheid, die ik taxeer op minstens een halve graad. Als je een wereldgemiddelde temperatuur met decimalen opgeeft, bijv. 15,7°C, heeft dat cijfer achter de komma weinig betekenis. Discussies over temperatuurverschillen van tiende delen van een graad vind ik dus zinloos.

3. Als je een temperatuurgrafiek maakt voor een langere periode zitten daar zoveel schommelingen in (veroorzaakt door de effecten genoemd onder 1 en 2), dat het bepalen van een trend voor perioden korter dan een jaar of 30 niet echt betrouwbaar is. Of je een bepaalde trend “wil” zien is dus subjectief.

4. Er zitten teveel onzekerheden in de stofbalansen om te kunnen vaststellen dat de stijging van het CO2–gehalte alleen door de mens is veroorzaakt. Die stijging is het gevolg van het feit dat van alle CO2 die de atmosfeer binnenkomt (zowel van natuurlijke als van menselijke afkomst, die zich mengen) nu 98% geabsorbeerd wordt en dat er dus 2% (ongeveer 4 GtC/jaar) in de atmosfeer achterblijft. Deze 2% komt overeen met de waargenomen stijging van het CO2–gehalte van 2 ppm per jaar. We weten niet waardoor die 98% wordt bepaald. We weten wel dat dit getal in de loop der jaren iets is toegenomen. We weten niet of het in de toekomst zal toe– of afnemen. Het is waargenomen dat de plantenmassa op aarde is toegenomen en dat deze nu meer CO2 opneemt. Maar de grootste onzekerheid zit in de invloed van de oceanen, die 50x zoveel CO2 bevatten als de atmosfeer. Het is niet bekend hoeveel die nog kunnen opslaan. Het kan zijn dat het effect van de mens in de toekomst groter wordt, het kan ook zijn dat die juist kleiner wordt.

5. Het idee dat door de grote stijging van het CO2–gehalte van de atmosfeer de temperatuur zou toenemen is gebaseerd op laboratoriumproeven en computer–modelleringen. Het is in de praktijk nooit bewezen. Bij een voortdurende en toenemende CO2-uitstoot is de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer alleen toegenomen van 1979–1998. Daarvoor (vanaf 1940) niet en daarna ook niet. De temperatuurstijging van voor 1940 kan niet in verband worden gebracht met een belangrijke stijging van het CO2–gehalte, dit moet dus een andere oorzaak hebben gehad.

Hieruit volgt volgens mij dat er onvoldoende “evidence” is om de mens ”schuldig” te verklaren aan opwarming van de aarde. Als ik lid van de jury was zou ik “not guilty” stemmen.

Er zijn  andere processen die de temperatuur van de atmosfeer beïnvloeden, namelijk de wisselende “zonneactiviteit” en de wisselende oceaanstromingen. De zonneactiviteit uit zich niet in de hoeveelheid zonnewarmte die de aarde ontvangt, maar in de “zonnewind” die de zon uitzendt. Deze veroorzaakt bijvoorbeeld het poollicht (noorderlicht) en storingen in de ether. In wisselwerking met de kosmische straling beïnvloedt deze de wolkenvorming waardoor de hoeveelheid zonnestraling die de aarde ontvangt wordt beïnvloed.

Grotere zonneactiviteit leidt zo tot hogere temperaturen. De zonneactiviteit varieert grillig. Aan deze ingewikkelde processen is al jaren diepgaand onderzoek verricht. Het is mogelijk, maar niet bewezen, dat deze de oorzaak waren van de temperatuurstijging tussen 1979 en 1998. De zonneactiviteit was namelijk maximaal in die jaren.

De oceaanstromingen wisselen geleidelijk een beetje van grootte en richting. Dit heeft aanzienlijke invloed op het klimaat. De effecten zijn voor een deel voorspelbaar (El Niño en La Niña) en voor een deel grillig.

Het gebruik van het begrip “klimaatgevoeligheid” is onjuist. Deze is gedefinieerd als  de temperatuurstijging bij verdubbeling van het CO2–gehalte, maar die neemt bij hogere CO2–gehaltes voortdurend af. Dat komt door de “verzadiging” van de absorptie. Nu wordt al meer dan 90% geabsorbeerd van de infraroodstroom die geabsorbeerd kan worden en dat kan natuurlijk nooit meer dan 100% worden. Dat betekent dat bij stijgende CO2-gehaltes de temperatuur een limiet nadert. Vroeger werd die getaxeerd op 2 graden (hoger dan nu), maar uit later onderzoek blijkt dat die waarschijnlijk kleiner is dan 1 graad (zie Carter). Verdere verhoging van CO2 heeft dan geen effect meer.

Iedereen die zich bezig heeft gehouden met de studie van weer en klimaat weet dat bij toenemende zonnestraling meer verdamping optreedt waardoor zich meer wolken vormen die de zonneschijn tegen houden. Dit speelt een belangrijke rol bij de demping van warmte-effecten (behalve in zeer droge landen).

Chaos in het weer en in het klimaat zijn verschillende dingen. Maar we kunnen het klimaat over tientallen jaren helemaal niet voorspellen. En dat komt door de ingewikkeldheid van het systeem aarde en door het chaotische gedrag.

Mensen die denken dat dit wel kan vertrouwen op de projecties op basis van wereldklimaatmodellen. Maar dat zijn in feite extrapolaties, die onvoldoende gefundeerd zijn. Het hele klimaatalarmisme is wel hierop gebaseerd.

Dat een eventuele temperatuurstijging van maximaal 2 graden meer voordelen heeft dan nadelen heb ik uit de IPCC–rapporten. Redenen: enorme energiebesparing, meer landbouwopbrengst (beide effecten tezamen betekenen voor een klein land als Nederland al vele miljarden per jaar), minder doden door extreem weer (er sterven nu veel meer mensen door de kou dan door de warmte).

Men wil streven naar een maximale temperatuurstijging van 2 graden. Dat zal niet moeilijk zijn, want daarvoor hoeven we niets te doen. Het is waarschijnlijk zelfs onmogelijk om boven die 2 graden uit te komen.

Aldus Dick Thoenes.

Voor mijn eerdere bijdragen over klimaat en aanverwante zaken zie hierhier, hier, hier en hier.