wind energy free
Een gastbijdrage van Jeroen Hetzler.

Onlangs zag deze brief aan premier Rutte via de Volkskrant het licht.

Het is een brief ondertekend door een aantal academici uit de wereld van management, beleid en duurzaamheid die zich klaarblijkelijk bekommeren om het lot van onze planeet, hun eigen subsidie of hun handel en vinden dat de Staat niet in beroep moet gaan tegen de uitspraak van de rechter in de Urgenda-zaak. Zouden ze bang zij dat er ongemakkelijke bèta-wetenschappelijke toetsingen worden uitgevoerd waar het de economische en politieke noodzaak, en haalbaarheid van hernieuwbaar betreft? Zou zomaar kunnen.

Allereerst is er de zoekgeraakte logica omtrent de juridische bevoegdheid van de rechter in de zaak die Urgenda had aangespannen, en de onterechte juridisering van onze maatschappij. Immers, zo kan iedere ontevreden burger wel naar de rechter stappen om zijn of haar persoonlijke idealisme door te drukken. Zo bijvoorbeeld de hondenpoepregelingen aan het Noordwijkse strand die niet voldoen et cetera. Of dat Rutte voor de rechter gedaagd moet worden vanwege zijn verbroken belofte ‘geen cent meer naar Griekenland’ of ‘windmolens draaien op subsidies’. Een mens met gezond verstand begint dan ook zo ondertussen te denken rond te waren in een open inrichting die onze maatschappij kennelijk is. Enfin, op een artikel van mij over die Urgenda-uitspraak, kreeg ik dit lezenswaardige commentaar van een bèta-geschoolde jurist:

In feite is het hele probleem in Nederland ondervangen met het prachtige leerstuk van de marginale toetsing. In de bestuursrechtspraak komt dit er op neer dat een bestuursrechter allen mag kijken of de overheid zich aan de geldende regels heeft gehouden en of de resultaten van het overheidsbesluit wel voldoende gemotiveerd is. Inhoudelijk mag een rechter niets toetsen. Dat heeft te maken met de machtenscheiding. Inhoudelijk gaat het bestuursrecht immers over hetgeen de uitvoerende macht doet en daar hoort de rechter zich niet mee in te laten.
Nu gaat het hier -juridisch gezien- om een civiele zaak, want de onrechtmatige daad is te vinden in het Burgerlijk Wetboek. Strikt gezien geldt hier een ander regime dan in de bestuursrechtspraak, maar desalniettemin zou ook hier de rechter marginaal moeten toetsen.

De rechter had zich dus ook via deze civiele weg terughoudend moeten opstellen. Daar faalt hij jammerlijk in. Het oprekken van jarenlang beleid, gestoeld op een democratisch mandaat, kun je moeilijk als een enkele daad zien. En zou je dit wel doen, dan kun je inderdaad allerlei beleidszaken aan de rechter voorleggen, hetgeen inhoudt dat je de rechter tot finale beslisser maakt en de uitvoerende macht bij hem neerlegt.

Het vonnis is behoorlijk uitgebreid en de rechter gaat ook diep op de materie in. Ik heb -heel eerlijk gezegd- het gevoel dat dit een activistisch vonnis is. De rechter velt geen oordeel op de wettelijke criteria, maar lijkt het persoonlijk en inhoudelijk met Urgenda eens te zijn. Op mij komt het over dat hij een idealistisch punt heeft willen maken.

Wat ik wel zorgelijk vind, is dat juist op het hoogste niveau zowel bestuurders als de magistratuur zich slecht bewust lijken te zijn van de beginselen van onze rechtsstaat.

Naar mijn mening is hier geen woord Chinees bij. In feite is deze rechter onbevoegd om zowel op de stoel van de wetenschap als die van de beleidsmaker te gaan zitten. Dit zou mij reden genoeg lijken om terughoudender te zijn bij het opstellen van een dergelijke brief, maar de inhoud getuigt naar mijn mening niet van bèta-wetenschappelijke zorgvuldigheid, maar van emotie.

In de brief werd gewag gemaakt van mysterieuze klimaatbaten en er werd geheel voorbij gegaan aan de kosten van al dat Nederlandse planeet redden namelijk tenminste € 73 miljard voor een luizige 3% bijdrage aan de Nederlandse energieconsumptie, alleen door die windplannen van het Nationale Energieakkoord. Makkelijk om zo genereus te zijn op andermans kosten, maar de groene ondernemer die het moet hebben van subsidie, zal dit natuurlijk goed uitkomen.

Hernieuwbare energie lijkt zo onschuldig en aaibaar, maar er is genoeg reden om deze onschuld in twijfel te trekken vanwege de verzwegen ondermaatse prestaties van hernieuwbaar, de verzwegen onmogelijkheid van betaalbare opslag en de verzwegen minuscule vraagvolgendheid door de weersafhankelijkheid. Als je dus één ding kunt doen om je maatschappij naar de bliksem te helpen, moet je hernieuwbaar grootschalig afdwingen zoals de teneur van die brief. We mogen dus de dames en heren ondertekenaars ‘dankbaar’ zijn vanwege hun maatschappelijke betrokkenheid, ‘verantwoordelijksheidgevoel’ en ‘visie’.

In deze brief wordt nogal getamboereerd op de 2 gradendoelstelling. Ten eerste is het oorzakelijk verband tussen CO2 en temperatuur d.w.z. CO2-verandering als enige oorzaak van temperatuurverandering weerlegd door de huidige opwarmingsstop. Ten tweede is er gegronde reden om aan te nemen dat CO2-verandering verandering van temperatuur volgt. De hypothese is namelijk dat de oceanen, wanneer deze warmer worden, gestaag CO2 emitteren. Het onderzoek hiernaar is nog volop in gang. Het ziet er als volgt uit:

Jeroen 01

Bron hier.

In het bovenste deel van deze afbeelding is het mondiale temperatuurverloop, gemeten aan de hand van ijsboorkernen in Groenland, sinds het einde van de laatste ijstijd. Het onderste deel, de rode lijn, geeft het verloop van mondiale atmosferische CO2 in ppm weer, gemeten aan de hand van ijsboorkernen op de Zuidpool. Het temperatuurverloop laat een dalende trend zien naar een nieuwe ijstijd, waar de CO2-concentratie oploopt.

Ten derde stelt de CO2-boekhouding de beweringen/argumentatie in de brief over dominante invloed van menselijke CO2-emissie ter discussie. De menselijke CO2 blijkt nietig bij de overheersende natuurlijke CO2-stromen in de wereld. De oceanen alleen al bevatten 50 maal meer CO2 dan de atmosfeer. Er is reden om aan te nemen dat van de menselijke CO2-emissie vrijwel niets overblijft. Zie hier.

En ten vierde is het IPCC erin geslaagd al zijn klimaatmodellen te laten foppen door moeder natuur zelf. Deze grafiek spreekt voor zich:

Spencer models versus reality temperatures

Kennelijk is de gevoeligheid voor CO2 nog kleiner dan gedacht. Bij een onderzoek is dit ook gebleken. Een van de conclusies luidt:

Het wetenschappelijke deel (WGI) van het onlangs gepubliceerde1 vijfde IPCC-rapport (AR5) bevat opwekkende informatie. De beste observationele schattingen wijzen erop dat het klimaat aanzienlijk minder gevoelig is voor broeikasgassen dan klimaatonderzoekers tot nu toe dachten. De aanwijzingen hiervoor en de relevante wetenschappelijke artikelen worden alle genoemd in het volledige IPCC-rapport. Deze belangrijke conclusie is echter niet getrokken in het volledige rapport – het wordt slechts als een mogelijkheid geopperd – en is niet gemeld in de Summary for Policymakers (SPM).

Met andere woorden: het IPCC hield geruststellende informatie achter.

Een andere conclusie luidde:

Het IPCC voelde zich er in AR5 nog zekerder van (95%zeker terwijl het 90% was in AR4) dat de mens het merendeel (tenminste 50%) van de opwarming  sinds 1950 veroorzaakt heeft. De media beschouwden dit als de belangrijkste conclusie van AR5 terwijl het in feite een relatief onbeduidende uitspraak is.

In het licht van de falende klimaatmodellen, komt die confidentie eigenaardig over. Zie hier.

Het is verder interessant om zich af te vragen waar die 2 graden-doelstelling vandaan komt. Samenvattend kan gesteld worden: gezogen uit de duim. Ik citeer:

De Duitse meteoroloog Klaus–Eckart Puls van het ‘Europäisches Institut für Klima und Energie’ (EIKE) is erin gedoken en heeft ontdekt dat deze doelstelling een zuivere politieke oorsprong heeft: natte vingerwerk dus! Bij zijn onderzoek ontdekte Klaus–Eckart Puls dat de twee graden al in 1975 al in klimaatanalyses werd genoemd als kritische grens voor de opwarming van de aarde – en wel door de milieueconoom William D. Nordhaus van de universiteit van Yale. Deze onderbouwde dit met verwijzing naar klimaatveranderingen van de laatste honderdduizenden jaren waarin fluctuaties van ± 5 °C zijn voorgekomen. Maar zijn beschouwingen vonden plaats in een periode dat – vooral in de media – de angst voor een nieuwe ijstijd de boventoon voerde. Van een AGW–catastrofe had nog niemand gehoord. Let wel. Plus of min 5 graden natuurlijke variatie waar dus de gewraakte 2 graden ruim binnenvalt.

Zie hier.

De uitspraak in de brief dat klimaatwetenschappers zich zorgen maken over al 1,5°C, zegt niets over het daadwerkelijk optreden van die gesuggereerde catastrofes. Dit is alleen bedoeld om onwetende beleidsmakers angst in te boezemen om hen belastinggeld uit de zak te kloppen, net als Afrikaanse dorpshoofden zich in weelde baden vanwege ontwikkelingsgelden. Immers, er is een goed vergelijk met eerdere opwarmingsperioden na de laatste ijstijd in de afgelopen 2.000 jaar dat te denken zou moeten geven (zie de eerdere afbeelding). De Romeinse Opwarming, iets meer dan 2.000 jaar geleden, was een periode waarin zelfs in Noord Engeland wijn werd verbouwd. Er is niets bekend in De Bello Gallico van Julius Caesar over catastrofale weersextremen, overstroomde laaglanden en miljoenen klimaatdoden.

Daarna volgde de Middeleeuwse Opwarming grofweg tussen 800 en 1300, een bloeiperiode waarin graan werd verbouwd op Groenland en veeteelt werd bedreven. Opnieuw geen gedocumenteerde verslagen van weersextremen. Die waren er wel tijdens de Kleine IJstijd na 1300; soms wekenlange slagregens. Het is immers bekend dat kou verantwoordelijk is voor zeker 30% meer doden, misoogsten en weersextremen dan bij warmte. Zie hier.

Men hoeft zich weinig moeite te getroosten om zich voor te stellen zonder centrale verwarming wat koude betekent in een onverwarmd huis zonder licht. Mensen stierven als vliegen door longaandoeningen, ziekten door gebrek aan weerstand, honger door misoogsten en bevriezing. In die tijden daalde de Europese bevolking aanmerkelijk. Zie hier.

Kortom, laat men zich niet de illusie opdringen dat warmte veel grotere negatieve effecten heeft. In koude lucht ontstaan pas extremen. Denk aan Kaap Hoorn, de Noordelijke Atlantische Oceaan en de konvooien naar Moermansk in de oorlog. Wie durft vol te houden dat de onbenullige opwarming, waar thans sprake van is, veel catastrofaler is dan de koude tussen 1300 en 1750, laat zich een rad voor de ogen draaien of verdraait de realiteit moedwillig.

Laten we eens kijken hoe het zit met de veelgehoorde weersextremen. Hier is een voorbeeld:

Pielke disaster losses

Het voorbeeld is één van de vele uit dit rapport en laat zien dat alle doemscenario’s de toets van de realiteit niet kunnen doorstaan.

“Wij menen dat een beroepsprocedure op klimaat-inhoudelijke gronden niet houdbaar lijkt.”, valt in de brief te lezen. Ik denk dat een pleidooi als dit op wetenschappelijke gronden niet houdbaar lijkt, maar slechts een pleidooi is voor protectionisme van groengerichte handelswaren dan wel subsidie voor onderzoek op kosten van de burger/belastingbetaler of misschien een persoonlijke frustratie. Wie zal het zeggen? Met bètawetenschap heeft deze brief hoe dan ook niets van doen.

Het is zo langzamerhand wel genoeg met al dat alarmisme dat de toets van de wetenschap niet kan doorstaan. Ook deze brief komt niet verder dan de eeuwenoude smoesjes van de koopman zoals mijn goede vader altijd zei.

Ik geeft toe dat ik probeer twijfel bij de premier te zaaien. Ik kan de heren opstellers van de brief verzekeren dat ik niet gesubsidieerd word door Shell, Cato of Heartland, mocht iemand van u hieraan twijfelen.

Aldus Jeroen Hetzler.

Voor mijn eerdere bijdragen over klimaat en aanverwante zaken zie hierhier, hier, hier en hier.