Renewable-Energy1

Een gastbijdrage van Hugo Matthijssen.

Het PBL berekent hier de kosten van de energietransitie.

Zo langzamerhand vraag je je af waar het PBL mee bezig is en wat hen motiveert.

Rapporten bedoeld voor het leveren van betrouwbare informatie voor de politieke besluitvorming op basis van wensdenken. Plannen om de koolwaterstoffen volledig uit te faseren. En dan zie je dat daarvoor in de plaats wind, zon en biomassa het stokje moeten overnemen, inclusief huisverwarming en mobiliteit.

Maar de praktijk van ons energiegebruik is prozaïscher. Het totale energieverbruik in 2015 was 3015 pj. Daarvan werd geleverd door kolen 462 pj, uit aardolie 1138 pj, aardgas 1203 pj en hernieuwbaar 138 pj.

Nu is het zo langzamerhand wel duidelijk dat het verbranden van voedsel en bomen geen goed idee is. De CO2-boekhouding is zelfs negatief en de schade is enorm. Hier een duidelijk artikel over onze bosbouw over het negatieve effect van biomassaverbranding.

Met het stoppen van biomassaverbranding valt de bodem onder het energieakkoord weg. Als enige opties voor ‘hernieuwbaar’ blijven wind en zon over. Daarmee werd in 2016 niet meer dan 1% van onze energie geproduceerd en na invoering van het energieakkoord is dat niet meer dan 3%. En dan moeten daar de inpassingsverliezen en de verliezen van niet inpasbare pieken nog van af.

De politiek gaat er vanuit dat wind en zon het gas moeten gaan vervangen voor huisverwarming en de autobrandstoffen. Totaal was dat in 2015 ongeveer 2300pj. Het is op geen enkele manier realistisch te verwachten dat energie uit wind en zon dat kan opvangen.

Als je dan teksten leest zoals: ‘het kost de overheid bijna niets, alleen de uitvoeringskosten van SDE+’, dan weet je dat de rest van deze extra kosten weer direct op de maatschappij worden afgewenteld. Het wordt binnen de SDE+-regeling weer opgehaald bij de huishoudens via de energierekening.

Kijk dan ook eens naar de kosten van dat energieakkoord om de 14% van het te halen. Dit rapport van de rekenkamer geeft daarvan een goed beeld.

Ga je daarmee rekenen, dan kom je uit op 70 miljard euro.

En we weten nu al dat het akkoord niet werkt. Voedselverbranding zoals mais-, soja- en zetmeel-houdende gewassen en eetbare olie als bijstook in motorbrandstoffen, naast het verstoken van bossen in centrales, is geen oplossing. Op deze wijze wordt de voedselzekerheid onderuit gehaald en slopen we nu biotopen die meer dan 100 jaar nodig hadden om zich te ontwikkelen.

Ook mestvergisting is een korte-termijn gedachte. We moeten de fosfaten terugbrengen naar de veevoerproducenten. De universiteit in Wageningen geeft het volgende aan:

‘Onze huidige voedselproductie is in sterke mate afhankelijk van kunstmestfosfaat, gemaakt van ruwfosfaat. Berekeningen laten zien dat ruwfosfaat schaars wordt binnen enkele generaties. Het ‘fosfaatprobleem’ is groter dan het energieprobleem, want voor fosfaat is geen alternatief,’ zegt Oene Oenema. Fosfaat is essentieel voor plant, mens en dier.

Voedselproductie kan niet zonder fosfaat en dat betekent dat we moeten overschakelen op hergebruik en het drastisch beperken van verliezen. Dat vergt een forse omschakeling. Oenema wil wegen verkennen voor efficiënt hergebruik van fosfaat in de voedsel productie-consumptieketen.’

Zie hier.

Zou het niet een goed idee zijn om over dit alles op korte termijn een parlementaire enquête te houden?

Aldus Hugo Matthijssen.

Voor mijn eerdere bijdragen over klimaat en aanverwante zaken zie hierhier, hier, hier en hier.