galileo

Een gastbijdrage van .

Ja, u leest het goed. Climategate en de Groene Rekenkamer proberen geregeld om de media zo scheef mogelijk te laten berichten over klimaatverandering. Een klacht van hun valt derhalve op te vatten als een compliment. De hoofdredacteur van NOS Nieuws, Marcel Gelauff, schreef al snel een zeer logisch antwoord terug:

De NOS neemt geen stelling. Over geen enkel onderwerp. Wij kiezen die onderwerpen en nieuwsgebeurtenissen die we vanuit onze wettelijke taak relevant vinden voor ons grote publiek.

Labohm cum suis hebben daar wederom op gereageerd en schrijven o.a. dat “de oorspronkelijke steen des aanstoots de reis van een aantal Nederlandse CEO’s [was], begeleid door de klimaatactiviste Bernice Notenboom, naar Spitsbergen.” Laatstgenoemde wordt aangeduid als “klimaatactiviste en niet-wetenschapper”; niet onterecht misschien, maar Hans Labohm c.s. zijn natuurlijk ook zeer activistisch (maar dan met een tegengesteld doel voor ogen) en niet alleen “niet-wetenschappers”, maar zelfs ronduit anti-wetenschappelijk (zie bijv hier, hier en hier). Dat maakt de karakterisering die zij geven van Bernice Notenboom licht ironisch.

We bespreken hier de belangrijkste misvattingen in de klacht-brief aan de NOS.

De snelle afname van Arctisch zee-ijs

Om te beginnen hebben ze het over het “historisch perspectief” van het verlies aan Arctisch zee-ijs. Vervolgens komen ze met een paar zorgvuldig geselecteerde observaties aanzetten, die op een bepaald moment in het verleden en op een specifieke plaats even een relatief lage zee-ijs bedekking lieten zien. Echter, ook op Spitsbergen is het nu warmer dan het volgens metingen gedurende de laatste 250 jaar is geweest. Jos Hagelaars schreef een aantal jaren geleden een goed overzichtsblog over het Arctische zee-ijs, inclusief het “historisch perspectief”. De rode lijn daarvan is vrij eenduidig (zie figuur hieronder): De hoeveelheid Arctisch zee-ijs neemt in een zeer rap tempo af en is waarschijnlijk in vele honderden jaren niet zo laag geweest.

Kinnard Sea Ice Reconstruction

Arctisch zee-ijs (rood) en oppervlaktetemperatuur (blauw) over de afgelopen ~1400 jaar. Bron: Kinnard et al.

Labohm c.s. citeren een recente studie van Stein et al, die wijzen op een relatief klein oppervlak aan drijfijs tijdens het zogenaamde Holoceen Optimum, ongeveer 8000 jaar geleden. Dat is niet verwonderlijk, want in die tijd was juist het Arctische gebied relatief warm vanwege de Milankovitch forcering, de langzame verandering in de baan van de aarde om de zon, die verantwoordelijk is voor het komen en gaan van ijstijden. Dat proces vindt plaats op tijdschalen van tienduizenden jaren – een heel andere tijdschaal dan de huidige, veel snellere veranderingen die we waarnemen. Als diezelfde Milankovitch forcing nog steeds de dominante factor zou zijn in het beïnvloeden van de hoeveelheid drijfijs, zou het juist verder moeten toenemen (in een tergend langzaam tempo weliswaar). Dat is overduidelijk niet het geval. Er is dus wel degelijk iets nieuws onder de zon. De snelle recente afname van Arctisch zee-ijs is niet onderzocht door Stein et al, die zich vooral op het paleo-klimaat richten. De grafiek die Labohm et al uit die studie reproduceren gaat maar tot 1950.

Andere wetenschappers

De brief vervolgt:

Waarom wordt er zo ruim podium gegeven aan aan activisten die geen wetenschappelijke kwalificaties hebben op klimaatgebied, zoals Bernice Notenboom, Marjan Minnesma en CEO’s? En waarom horen we niet of nauwelijks iets van vooraanstaande wetenschappers die wèl competent zijn?

Deze ‘activisten’ (waaronder blijkbaar CEO’s?) hebben het in de media doorgaans niet over de klimaatwetenschap, maar over de maatschappelijke respons die zij nodig achten. Als anti-klimaatactivisten zonder klimaatwetenschappelijke kwalificaties in de media optreden hebben zij het meestal juist wel over de klimaatwetenschap, waarvan ze dan een nogal karikaturaal beeld schetsen. In tegenstelling tot wat Labohm c.s. impliceren komen “skeptici” juist relatief vaak in de media.

En waarom bevat de lijst van namen die volgt geen enkele Nederlandse wetenschapper? Het antwoord laat zich raden: er zijn geen of nauwelijks Nederlandse klimaatwetenschappers wiens visie op de wetenschap overeenkomt met die van Labohm en de Groene Rekenkamer. En ook de namen die ze wel noemen bestaan voor het grootste deel uit niet-klimaatwetenschappers. Zelfs Monckton wordt genoemd als voorbeeld van “vooraanstaande wetenschappers die wèl competent zijn”. Dan zou je Trump ook in het lijstje kunnen opnemen.

Mythe-bingo

Dan volgt een litanie aan gerecyclede  mythes, die als zodanig allang bekend en al vele malen ontkracht zijn. Daar gaan we:

Mythe: Gebrek aan correlatie tussen CO2 en temperatuur op alle tijdschalen

Wetenschap: CO2 en temperatuur correleren in hoge mate

Grappig genoeg verwijzen ze dan naar een google image search op de woorden “CO2 temperature” (hier), waarvan de meeste resultaten toch echt een verbluffend hoge correlatie laten zien tussen die twee. Zie ook hier, hier en hier. De grafiek hieronder laat bijv. de correlatie tussen CO2 en de temperatuur zien van de laatste 800,000 jaar. Ondanks het feit dat Labohm heel goed op de hoogte is van soortgelijke grafieken ontkent al sinds jaar en dag die correlatie, bijvoorbeeld door in te zoomen op een specifieke korte tijdschaal, of door een verouderde handgetekende schets te laten zien i.p.v. al lang beschikbare data.

 

Temperature and CO2 last 800 000 years - NRC report 2010

De temperatuur en de CO2 concentratie tijdens de afwisseling van glacialen en korter durende interglacialen over de laatste 800.000 jaar gebaseerd op ijskerndata. Naar fig. 6.11 uit het NRC rapport “Advancing the Science of Climate Change” 2010.

Mythe: Hoge correlatie tussen zonneactiviteit en temperatuur

Wetenschap: Nauwelijks correlatie tussen zonneactiviteit en temperatuur

De werkelijkheid is precies andersom dan Labohm c.s. ons wil doen geloven: Er is juist een hoge correlatie tussen CO2 en temperatuur en een lage correlatie tussen zonneactiviteit en temperatuur. Zie ook FAQ 5.1 in de uitstekende IPCC FAQ brochure.

 

Temperature CO2 Sun since 1950 - via Rahmstorf

De mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur (grijs), CO2 concentratie (blauw en groen, minus de seizoenvariatie), en zonnesterkte (geel), waarbij de relatie met de temperatuurschaal zo is gekozen dat het overeenkomt met een klimaatgevoeligheid van ~3 graden per verdubbeling van CO2, midden in de “waarschijnlijke range”. Grafiek gemaakt via de website van Stefan Rahmstorf.

Mythe: Recente klimaatverandering valt binnen de marges van de natuurlijke variabiliteit

Wetenschap: Recente opwarming valt ver buiten de natuurlijke variabiliteit

Natuurlijke factoren zoals de zon veranderen in veel te geringe mate en recent ook nog eens in de afkoelende richting, dus zijn niet verantwoordelijk voor de opwarming. Natuurlijke variabiliteit kan verder veroorzaakt worden door veranderingen in de verdeling van energie tussen bijvoorbeeld de oceaan en de atmosfeer; over korte tijdschalen is dat een belangrijke oorzaak van de ups en down in het verloop van de wereldgemiddelde temperatuur.  Over meerdere decennia bekeken warmen de oceaan en atmosfeer echter beiden sterk op, hetgeen duidt op een verandering in de energiebalans van de aarde. Die neemt niet ‘zo maar’ toe; daar moet een fysische oorzaak voor zijn. De wet van behoud van energie laat zich niet zo eenvoudig buiten spel zetten.

Mythe: De opwarmings’pauze’ of hiatus die nu al zo’n 20 jaar duurt

Wetenschap: De opwarmingstrend gaat onverminderd door, natuurlijk met ups en downs

Zelf na 3 recordwarme jaren op een rij blijven ze dit fabeltje herhalen. Credit where credit’s due: vasthoudend zijn ze! Maar diezelfde natuurlijke variabiliteit waar ze net zo hoog over opgaven is over korte tijdschalen juist relatief belangrijk en kan de onderliggende trend een tijdje maskeren. Een goed en leesbaar artikel is recent verschenen waarin de discussie over de zogenaamde ‘hiatus’ in context wordt geplaatst. Modellen en observaties blijken goed met elkaar overeen te stemmen als je rekening houdt met de tijdelijk verminderde klimaatforcering, de warmte opname van de oceanen, natuurlijke variabiliteit zoals El Nino/La Nina, en een incomplete dekkingsgraad van de metingen. Overigens was er van een verandering in de lange termijn trend geen sprake, laat een statistische analyse zien:

R Graphics Output

Mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur volgens verschillende datasets met trendlijnen op basis van een stuksgewijze regressie-analyse, waarbij naar breekpunten in de trend wordt gezocht. Er is geen aanwijzing dat de trend sinds begin jaren ’80 is veranderd.

Te kort door de bocht: Gebrek aan trends in weersextremen alsmede gebrek aan correlatie tussen CO2/temperatuur en weersextremen

Wetenschap: Sommige extremen lijken toe te nemen, en zijn in toenemende mate toe te schrijven aan klimaatverandering

Extremen zijn per definitie schaars. Daarom kan het lang duren voordat een (statistisch significante) trend zichtbaar is. Dat neemt niet weg dat het in meer en meer gevallen mogelijk is om een menselijke invloed vast te stellen voor specifieke extreme weersituaties; dat geldt in hogere mate voor hittegolven en neerslag dan voor droogte en tornado’s. Dit is een complex onderzoeksgebied waarin recent veel nieuw werk is gedaan. Labohm c.s. refereren hier overigens naar een uitstekend, zij het ietwat gedateerd Special Report van het IPCC.

Te kort door de bocht: Het uitblijven van een versnelling van de zeespiegelstijging

Wetenschap: De zeespiegel stijgt nu sneller dan over de afgelopen honderden jaren

De gemiddelde zeespiegelstijging sinds 1991 is ongeveer 3,4 mm/jaar, terwijl het gedurende de 20ste eeuw gemiddeld 1,6 mm/jaar was. In de eeuwen daarvoor steeg de zeespiegel slechts mondjesmaat. Een recent artikel van Kopp et al concludeerde:

Significant GSL [Global Sea Level] acceleration began in the 19th century and yielded a 20th century rise that is extremely likely (probability P=0.95) faster than during any of the previous 27 centuries.

De aap uit de mouw: De ineffectiviteit van het klimaatbeleid

Echter: Onderscheid wetenschap en maatschappelijke respons

Labohm c.s. schrijven hierover: “Wij hebben er al vaak op gewezen, maar het blijft een olifant in de zaal. En deze valt onder de omerta van de mainstream klimatologen. ”

Hier blijkt eens te meer dat zogenaamde “skeptici” geen onderscheid maken tussen de wetenschap over menselijke invloed op het klimaat en de maatschappelijke consequenties die we eraan verbinden. Als zij vinden dat het huidige beleid ineffectief is, staat het ze vanzelfsprekend vrij om voor ander beleid te pleiten. Of voor helemaal geen beleid, omdat ze er op willen gokken dat het allemaal reuze mee valt. Maar deze passage is een nauwelijks verhuld pleidooi voor het bagatelliseren van wetenschap, omdat men het niet eens is met de beleidsconsequenties. Een dergelijke houding komt de discussie niet ten goede; integendeel.

En dan is er nog een “ad hominem” aanval op een weerman van de NOS

Hij (Gerrit Hiemstra) doet nochtans forse uitspraken over de de AGW-hypothese

Hier wordt verwezen naar enkele uitzendingen van het NOS Journaal. In de eerste geeft Gerrit Hiemstra een samenvatting van de verwachtingen die het KNMI heeft gemaakt voor Nederland voor de komende eeuw: gemiddeld zal het warmer worden, de zeespiegel zal stijgen en we krijgen meer extreem weer; de mate van de toekomstige klimaatverandering in Nederland wordt voornamelijk bepaald door de grootte van de menselijke broeikasgasemissies.

In de tweede uitzending waar men naar linkt schetst Gerrit Hiemstra een beeld van de toename van het gemiddelde aantal zomerse dagen, nu 26 tegen 16 over de periode 1951-1980. De opwarming sinds 1950, voornamelijk veroorzaakt door de mens, speelt hierbij natuurlijk een rol. Het KNMI verwacht deze zomerse dagen in de toekomst toe zullen nemen en ook dit wordt mede bepaald door de onze broeikasgasemissies. Jazeker zijn wij mensen dus verantwoordelijk voor de toename van het aantal zomerse dagen.

Dit zijn geen ‘forse uitspraken’ of de persoonlijke mening van Gerrit Hiemstra; dit zijn de conclusies van het Nederlandse kennisinstituut op het gebied van weer en klimaat, die helemaal in lijn zijn met de conclusies van de bredere wetenschappelijke wereld. Het is ronduit bizar om te ageren tegen het communiceren van die wetenschappelijk zeer robuuste conclusies.

Epiloog

Labohm c.s. pleiten voor berichtgeving die naast wetenschappelijke feiten en inzichten ook ‘alternatieve feiten’ en een misleidende weergave van de wetenschap ruim baan geeft. Met als reden dat ze het grondig oneens zijn met de beleidsconsequenties die op basis van de wetenschappelijke inzichten worden voorgesteld. Het is vergelijkbaar met het propageren van berichtgeving dat roken helemaal niet zo schadelijk is voor de gezondheid, omdat je tegen overheidsregulering bent. Dat station zijn we uiteindelijk gepasseerd. Wordt het niet eens tijd dat we ook bij het thema klimaat dit achterhoedegevecht achter ons laten? Laat de berichtgeving over klimaatverandering alsjeblieft recht doen aan de wetenschappelijke kennis erover.

Aldus Bart Verheggen.

Deze ‘posting’ werd eerder hier geplaatst. Er kwamen reeds vele reacties op, maar die waren nogal eenzijdig pro-AGW. Ten einde de discussie te verbreden heb ik Bart Verheggen verzocht het stuk hier op Climategate.nl te mogen plaatsen. Hij heeft daarin toegestemd. Dank Bart!