Gerrit van Lingen achtergrond black-swans-with-chicks

Een gastbijdrage van dr Gerrit J. van der Lingen.

Christiana Figueras is een diplomaat van Costa Rica. Op 17 Maart 2010 werd ze verkozen tot ‘Executive Secretary’ van de ‘UN Framework Convention on Climate Change’ (UNFCCC). Ze volgde de Nederlander Yvo de Boer op.

De UNFCCC organiseert jaarlijkse klimaatconferenties, COPs (‘Conferences of the Parties to the UNFCCC’) genaamd. De eerste werd gehouden in Berlijn in 1995. De laatste (COP20), was in Lima, Peru, 1–12 December 2014). Christiana Figueras was voorzitster van deze conferentie. In haar openingsvoordracht zei ze o.a. het volgende:

“The calendar of science loudly warns us that we are running out of time”, … “Here in Lima we must plant the seeds of a new, global construct of high quality growth, based on unparalleled collaboration building across all previous divides. History, dear friends, will judge us not only for how many tonnes of greenhouse gases we were able to reduce, but also by whether we were able to protect the most vulnerable, to alleviate poverty and to create a future with prosperity for all.

Maurice Newman, voorzitter van de ‘Business Advisory Council’ van de Australische Premier, schreef een artikel in The Australian krant van 8 Mei 2015, getiteld: ‘The UN is using climate change as a tool, not an issue’. Hij schreef het volgende over Christiana Figueras:

Why then, with such little evidence, does the UN insist the world spends hundreds of billions of dollars a year on futile climate change policies? Perhaps Christiana Figueres, executive secretary of the UN’s framework on Climate Change has the answer? In Brussels last February she said, “This is the first time in the history of mankind that we are setting ourselves the task of intentionally, within a defined period of time, to change the economic development model that has been reigning for at least 150 years since the Industrial Revolution.” In other words, the real agenda is concentrated political authority. Global warming is the hook. Figueres is on record saying democracy is a poor political system for fighting global warming. Communist China, she says, is the best model. This is not about facts or logic. It’s about a new world order under the control of the UN. It is opposed to capitalism and freedom and has made environmental catastrophism a household topic to achieve its objective. Figueres says that, unlike the Industrial Revolution, “This is a centralised transformation that is taking place”. She sees the US partisan divide on global warming as “very detrimental”.

Omdat Figueras zegt dat democratie niet het beste politieke model is om opwarming te voorkomen, is het nuttig om weer eens te definiëren wat democratie is. Ibn Warraq in zijn book, ‘Why I am not a Muslim’, geeft de volgende definitie:

Democracy functions by critical discussion, by rational thought, by listening to another point of view, by compromise, by changing one’s mind, by tentative proposals that are submitted to criticism, and by the testing of theories by trying to refute them.

Warraq schreef deze definitie in zijn discussie van Islam, a totalitaire religie. Maar deze definitie is ook van toepassing op het klimaatdebat. Je hoeft alleen maar het woord ‘democracy’ to vervangen door ‘science’. Het geloof dat menselijke uitstoot van koolstofdioxide catastrofale opwarming veroorzaakt, of zal veroorzaken, is ook een totalitair geloof. Het staat geen kritische discussie toe. De wetenschappers die dat toch proberen, worden zwart gemaakt. Gedurende vele jaren heb ik de volgende beledigingen aan klimaatscpetici verzameld: ‘climate change deniers’, ‘cash-amplified flat-earth pseudo-scientists’,  the carbon cartel’, ‘villains’, ‘cranks’, ‘refuseniks lobby’, ‘polluters’, ‘a powerful and devious enemy’,  ‘profligates’. De lijst is eindeloos.

Tussen twee haakjes, Ibn Warraq schreef ook het volgende:

To assess the truth of a doctrine by the number of people who believe it is totally ridiculous.

Alweer toepasselijk op het klimaatveranderingsdogma.

De bovenstaande definities worden op alle fronten geweld aangedaan. Om te zeggen dat de wetenschap van klimaatverandering ‘settled’ is en niet open staat voor verdere discussie, laat duidelijk zien dat het geloof in menselijke opwarming niet gebaseerd is op deugdelijke wetenschap, maar een neo-Marxistische, intolerante ideologie is. Het is anti-wetenschap, anti-kapitalistisch, anti-democratisch, anti-groei, anti-menselijk en anti-vooruitgang.

Er zijn vele voorbeelden van deze ideologie. Bijvoorbeeld Maurice Strong, een leider in de internationale groene beweging, zei ooit eens:

Isn’t the only hope for the planet that the industrialized civilizations collapse? Isn’t it our responsibility to bring that about?

Timothy Wirth, ex-President van de UN Foundation, zei het heel duidelijk:

We’ve got to ride this global warming issue. Even if the theory of global warming is wrong, we will be doing the right thing in terms of economic and environmental policy.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom het is dat de pro–menselijke–opwarming wetenschappelijke gemeenschap fundamentele wetenschappelijke principes verloochent. Zulke principes zijn duidelijk geformuleerd by wetenschapsfilosofen zoals Karl Popper (1902-1994) en Thomas Kuhn (1922-1996).

In 1934 publiceerde Karl Popper zijn boek , ‘The Logic of Scientific Discovery’, waarin hij zijn welbekende falsificatietheorie verklaart. Hij ontwikkelde deze theorie om echte wetenschap van pseudo–wetenschap te onderscheiden. In het kort verklaart deze theorie dat:

A proposition or theory cannot be considered scientific if it does not admit the possibility of being shown false.

Of, om het op een andere manier te zeggen, het moet mogelijk zijn om een wetenschappelijke hypothese of theorie te testen en eventueel aan te tonen dat die niet juist is.  Een van de gevolgtrekkingen is ook dat wetenschappelijke observaties en experimenten herhaald en bevestigd moeten kunnen worden.

Als voorbeeld gebruikt Popper de verklaring dat ‘alle zwanen wit zijn’. Tot het einde van de zeventiende eeuw werd dit algemeen als juist ervaren. Totdat de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem de Vlamingh (1640-?1698) zwarte zwanen ontdekte gedurende een expeditie in West Australië. Eén zwarte zwaan was voldoende om de overtuiging dat alle zwanen wit zijn te falsifiëren.

Thomas Kuhn publiceerde zijn wetenschappelijk–filosofische ideeën in zijn boek, ‘The structure of scientific revolution’. Zijn ideeën zijn dichter bij de manier waarop mensen in het algemeen wetenschap bedrijven. Hij argumenteert dat wetenschappers in een ‘conceptual paradigm’ werken dat de manier waarop ze de wereld zien beïnvloedt. Wetenschappers proberen vaak uit alle macht hun paradigma te verdedigen tegen falsificatie. Een paradigma te veranderen is niet eenvoudig en alleen met veel pijn en moeite worden wetenschappelijke paradigma’s veranderd.

De catastrofale menselijke opwarmingstheorie is al vaak gefalsificeerd, maar deze falsificaties worden totaal genegeerd. Ze blijven vasthouden aan hun ‘conceptual paradigm’. Ze doen er alles aan om hun paradigma tegen falsificatie te verdedigen. Volgens de filosofie van Karl Popper, kan men daarom concluderen dat het geloof in catastrofale menselijke opwarming gekarakteriseerd kan worden als ‘pseudo–science’.

Een andere manier waarop naar deze materie gekeken kan worden is om ‘echte wetenschap’ te contrasteren met ‘post–moderne wetenschap’. Met ‘echte wetenschap, bedoel ik wetenschap gebaseerd op goed–gefundeerde principes, methoden en filosofieën die door eeuwen heen zijn ontwikkeld. Echte wetenschap houdt zich bezig met feiten, observaties, experimenten, en numerieke representaties van de natuurlijke wereld om ons heen, en, zeer belangrijk, het continue testen van hypotheses en theorieën. Zoals ik al zei, echte wetenschap moet zich onderwerpen aan het falsificatieprincipe.

Post–moderne wetenschap stelt de kwestie van conventionele ideeën van waarheid en realiteit ter discussie. Het stelt dat er geen objectieve waarheid bestaat. Alle wetenschappelijke theorieën en hypothesen zijn alleen maar vertelsels, die vaak cultureel bepaald zijn en elk vertelsel is net zo goed als een ander. Wetenschap is alleen maar een ander sterk verhaal. Het komt neer op een verwerping van objectiviteit en realisme. Dergelijk post–modern denken heeft ook onderwijs beïnvloed. Het idee is dat leerlingen zelf de waarheid van wetenschappelijke theorieën kunnen uitvinden, door gezond verstand  te gebruiken, niet belast met de wetenschap van wat voor theorieën er in het verleden ontwikkeld zijn. Met wat voor ideeën ze ook op de proppen komen, ze zijn net zo goed als de ‘oude’ theorieën. Een dergelijke benadering werd natuurlijk in ‘pre–science’ tijden gebruikt.

Om een voorbeeld te geven, duizenden jaren geleden observeerden de Egyptenaren dat de zon onder ging in het westen en weer op kwam in het oosten. Gezond verstand vertelde hen dat de zon zich gedurende de nacht onder de aarde van west naar oost bewoog. Een hele religie werd hierop gebaseerd. Farao’s moesten, na hun dood, ook door die onderwereld reizen en allerlei obstakels overwinnen, daarbij geholpen door het ‘Boek van de Doden’.

Vóór Copernicus werd gedacht dat de aarde plat was, het centrum van het heelal was en dat de zon om de aarde draaide. Dat was wat het gezonde verstand hen vertelde.

D.F. Mercer (The Scientific Review of Alternative Medicine, vol 4(1): 29-32, 2000) schreef een uitstekend artikel over de effecten van post–moderne ideeën op de medische wetenschap, hoe dit het verschil tussen ‘echte’ en ‘alternatieve’ medische wetenschap verdoezelde. Hij schrijft dat post–moderne ideeën

… renders medicine open to infiltration from unscientific, emotionally, and ideological motivated individuals. Postmodern equates and allows for different forms of knowledge.

Hetzelfde kan gezegd worden in verband met de klimaatwetenschap.

Een ander concept dat enigszins dezelfde ideeën heeft als het post–moderne is ‘post–normale” wetenschap (Ticker, Principia Scientific, 21 August 2013). Ticker noemt het IPCC dogma

… a perversion of the standard definition of science as commonly understood. It appears to be an elaborate and dishonest attempt to pass off the preferences of a single group as some kind of pseudo–science. It brazenly casts aside the need for any factual basis and declares in the most unambiguous terms that whatever values it chooses to promote constitutes a truth unimpeachable by reality and a set of values that none dare challenge.

Een gevolg van post–modern wetenschappelijk denken is dat men observaties en gegevens willekeurig kan veranderen. Wat ook de uitkomst, volgens het post–moderne denken zijn alle uitkomsten even waardevol. Deze benadering wordt vaak gebruikt door de promotors van het menselijke opwarmingsdogma. Een goed voorbeeld zijn temperatuur-metingen. Ik geef er twee:

1. Temperatuur-metingen in Nieuw Zeeland , van 1900 tot 1975 (Afbeelding 1).

Gerrit afbeelding 1

Afbeelding 1 – Temperatuurverloop in Nieuw Zeeland van 1900 tot 1975. De blauwe lijn geeft de gemeten waarden weer. De rode lijn is het door NIWA ‘gecorrigeerde’  temperatuurverloop.
Bron: Bryan Leyland, lid van de ‘New Zealand Climate Science Coalition’.

Temperatuurmetingen worden routinematig gecorrigeerd. Men noemt dat ‘homogenization’. Zulke correcties worden gebaseerd op factoren zoals o.a. verplaatsing van het meetstation, verandering van de meetmethode, onvolledige waarnemingen, enz. In het voorbeeld van NIWA (‘National Institute of Water and Atmospheric Research’, het equivalent van het KNMI) werden de waarnemingen van vóór ongeveer 1970 naar beneden ‘gehomogeniseerd’. Door de gegevens te ‘tweaken’ werd een opwarming gecreëerd. Hun ‘gehomogeniseerde’ temperatuurcurve geeft een opwarming van 1 graad C aan, veel hoger dan de algemeen aangenomen opwarming over deze periode van 0,7 graden C.

De ‘New Zealand Climate Science Coalition’ bekritiseerde deze handelswijze en vroeg waarop deze correcties waren gebaseerd. Het antwoord was dat ze de originele gegevens niet meer konden vinden.

2. Temperatuur metingen in Darwin (Northern Territory, Australië – Afbeelding 2).

Gerrit 2
Afbeelding 2 – Gemeten temperaturen en “gehomogeniseerde” correcties voor Darwin van 1880 tot 1990. GHCH = Global Historical Climatology Network.
Bron: Willis Eschenbach: The smoking gun at Darwin Zero.Watts Up With That, 8 December 2009

De blauwe lijn geeft de echte temperatuurmetingen weer, die geen opwarming maar zelfs wat afkoeling laat zien. De rode lijn geeft de gehomogeniseerde waarden weer. Die laten een substantiële opwarming zien van maar liefs 6 graden C per eeuw (!), terwijl de mondiale opwarming, volgens de IPCC, niet meer dan 0,7 graden C per eeuw bedroeg. De zwarte grafiek geeft de hoeveelheid toegepaste correcties weer. Eschenbach (2009) geeft een uitstekende en vernietigende analyse van deze capriolen. Om een voorbeeld te noemen, wanneer het noodzakelijk is om correcties aan te brengen (b.v. als er perioden zijn dat metingen ontbreken), kan men metingen van nabije meetstations gebruiken. Omdat er weinig meetstations in Australië zijn, werd een ‘nabij’ station op 500 km afstand gebruikt! Eschenbach merkt daarover op:

when these guys “adjust”, they don’t mess around.

Het is belangrijk om zich te realiseren dat dergelijke gehomogeniseerde temperatuurgegevens door de IPCC gebruikt worden in hun rapporten en de basis vormen van hun opwarmingsdogma.

In verband met deze correctiemethoden kan men inderdaad concluderen dat de opwarming van de aarde door mensen is veroorzaakt (of beter gezegd: gecreëerd), door homogenisatie, niet door CO2. Men kan dan spreken van ‘virtuele opwarming’.

VS natuurkundige Lawrence Krauss, geeft in een van zijn lezingen (op YouTube: ‘Best of Lawrence Krauss amazing arguments and clever comebacks, Part one’) de volgende kenmerken van wetenschap:

The ethos of science – open questioning, no authorities, honesty, transparency, reliance on evidence, peer review, and testability – can make the world a better place by burying myth, superstition, and dogma.

Honesty and transparency: respect for rational and honest discussion, not respect for distortion and misrepresentation.

Hij noemt peer review als een belangrijk principe voor goede wetenschap. Helaas, zoals aangetoond werd in het 2009 Climategate–schandaal, werd dit principe in de klimaatwetenschap met de voeten getreden. De gelekte e–mails van het ‘Climatic Research Unit’ (CRU) van de Universiteit van East Anglia in Engeland laten zien dat het peer–review systeem in verband met klimaatveranderingspublicaties gecontroleerd en ondermijnd wordt door een kleine coterie van door ideologie gedreven wetenschappers.

In een e-mail van professor Phil Jones van het CRI aan Mike Mann, gedateerd 8 Juli 2004, en gemarkeerd Highly Confidential, schreef hij (o.a.):

The other paper by M[cintyre][and]M[cKitrick] is just garbage – as you knew. De Freitas [is the editor] again. Pielke is also losing all credibility as well by replying to the mad Finn [Hamiranta?] as well – frequently as I see it. I can’t see either of these papers being in the next IPCC report. Kevin and I will keep them out somehow – even if we have to redefine what the peer-review literature is! (mijn nadruk).

Het is niet alleen in klimaatwetenschap dat fundamentele wetenschappelijke principes veronachtzaamd worden. In een recent artikel in het medische tijdschrift The Lancet (Vol. 385, 11 April 2015) werd soortgelijke kritiek geuit i.v.m. biomedisch onderzoek:

The case against science is straightforward: much of the scientific literature, perhaps half, may simply be untrue. Afflicted by studies with small sample sizes, tiny effects, invalid exploratory analyses, and flagrant conflicts of interest, together with an obsession for pursuing fashionable trends of dubious importance, science has taken a turn towards darkness. As one participant put it, “poor methods get results”. The Academy of Medical Sciences, Medical Research Council, and Biotechnology and Biological Sciences Research Council have now put their reputational weight behind an investigation into these questionable research practices. The apparent endemicity of bad research behaviour is alarming. In their quest for telling a compelling story, scientists too often sculpt data to fit their preferred theory of the world. Or they retrofit hypotheses to fit their data. Journal editors deserve their fair share of criticism too. We aid and abet the worst behaviours. Our acquiescence to the impact factor fuels an unhealthy competition to win a place in a select few journals. Our love of “significance” pollutes the literature with many a statistical fairy-tale. We reject important confirmations. Journals are not the only miscreants. Universities are in a perpetual struggle for money and talent, endpoints that foster reductive metrics, such as high-impact publication. National assessment procedures, such as the Research Excellence Framework, incentivise bad practices. And individual scientists, including their most senior leaders, do little to alter a research culture that occasionally veers close to misconduct.

Hetzelfde geldt voor activistisch klimaatonderzoek. Ik heb de zinnen dik gedrukt die net zo gelden voor IPCC-gerelateerd klimaatonderzoek.

Aldus Gerrit van der Lingen. Deel II van zijn bijdrage volgt spoedig.

Voor mijn eerdere bijdragen over klimaat en aanverwante zaken zie hierhier, hier, hier en hier.