Simon Rozendaal. Foto: Guido Benschop.

Op 2 september jl. heeft Simon Rozendaal afscheid genomen als wetenschapsredacteur van Elsevier. Ter gelegenheid daarvan was een bijeenkomst georganiseerd in het congres- en debatcentrum Arminius in Rotterdam in het Museumkwartier, schuin tegenover het onvolprezen Boymans van Beuningen Museum. In het gezelschap van honderden genodigden werd hij uitgeluid door een keur van illustere en eloquente sprekers: Bram Peper (oud-burgemeester van Rotterdam), Ab Osterhaus (viroloog en influenza-deskundge), Salomon Kronenberg (geoloog en klimaat’minimalist’) en Leon de Winter (auteur).

Als weinig anderen slaagde Simon Rozendaal er in zijn fascinatie voor de wetenschap over te brengen op een breed publiek. Hij was oprichter van het eerste wetenschapskatern in medialand, dat van de NRC. Hij opende voor zijn lezers daarmee nieuwe horizonten. Zijn stijl kenmerkte zich door breedte, diepte, helderheid en toegankelijkheid – een unieke combinatie in Nederland!

Hij schreef niet alleen honderden artikelen maar ook vele boeken. Onder zijn buitenlandse publicaties vermeld ik: Man-Made Global Warming: Unravelling a Dogma‘, en ‘The earth is greening and 16 other comments on climate hysteria‘.

Hij begon al vroeg te schrijven over het broeikaseffect. Onder de titel, Terugkeer van kolen kan broeikas om aarde scheppen’, schreef hij in oktober 1977 (!) in NRC Handelsblad:

Het poolijs zal er niet direct door smelten, maar dat maakt de mogelijke temperatuurstijging ten gevolge van het stoken van kolen, olie en gas, niet minder ernstig. Volgens een Amerikaanse studiegroep zullen vooral landbouw en visserij door een veranderd klimaat getroffen worden.

Het was een neutrale weergave van een rapport van de Amerikaanse Academie van Wetenschappen (NAS). Maar, zoals een goed wetenschapsjournalist betaamt, wees hij daarbij ook op de lacunes en onzekerheden in de toen bestaande kennis en de zwakke plekken in de voorspellingen. Zoals de NAS zelf erkende, was het gebruikte computermodel nog verre van volmaakt. Eén van de kopjes in het artikel was reeds: ‘Onheilsprofeten’.

Ruim tien jaar later, in 1990 (!), ontpopte hij zich in een artikel in Elsevier, onder de titel, ‘Hoezo broeikas?’, als een onvervalste klimaatscepticus avant la lettre (het woord bestond toen nog niet, voor zover mij bekend). Hij schreef onder meer:

Volgens talloze Nederlanders, onder wie de regering, is het allemaal heel erg gesteld met het broeikaseffect. We gaan deze kabinetsperiode een half miljard aan CO2-heffing betalen. Is dat wel terecht? Kunnen de klimaatcomputers, die de grootste moeite hebben om te bepalen of de zon over vijf dagen schijnt wel stellig beweren dat het in 2051 vijf graden warmer is? Wolken hebben een honderd maal zo sterk broeikaseffect als CO2. Het broeikaseffect is de droom van elke rechtgeaarde calvinist: eindelijk mogen we ons schuldig voelen over dat we adem halen.

De tussenkopjes zijn illustratief voor de inhoud van het artikel.

De computer als God.

CO2-paniek is gebouwd op modellen van drijfzand.

Pure onzin, bangmakerij, eenzijdige voorlichting over het broeikaseffect.

Je kunt mensen alles wijsmaken als je zegt dat het uit de computer komt.

De slotzin luidde:

De gedachte dat het broeikaseffect gebouwd is op computermodellen met de betrouwbaarheid van drijfzand werpt een rechtgeaarde calvinist dan ook verre van zich. Want zoals de Economist al schreef: ‘There is nothing like a good Apocalypse’.

Dat schreef Simon Rozendaal in 1990! Nog steeds actueel! Helaas is de Economist intussen van het padje geraakt, waardoor diens reputatie van excellentie en betrouwbaarheid een flinke deuk heeft gekregen. Maar dat terzijde.

Bij zijn afscheid ontvingen de aanwezigen het laatste boek van Simon Rozendaal: ‘Vertrouwen in de wetenschap‘, een tweede, geactualiseerde druk van zijn eerdere ‘Gesprekken met grote geleerden’.

In deze bundel verzamelde hij 61 interviews die hij de afgelopen drie decennia had met ’s werelds grootste geesten – bovenal fysici, chemici, biologen, artsen en nu en dan een psycholoog. Hierin ontsluit hij wetenschapsgebieden die voor de meeste mensen terra incognita zijn. De gesprekken werden eerder gepubliceerd in Elsevier Weekblad. Rozendaal sprak met de geleerden over de schoonheid van het vak, het juk van de Nobelprijs, het eureka-moment en hun vertrouwen in de wetenschap, en over hoe je verliefd wordt op een getal, een molecuul, bacterie of mier. Met onder anderen Dick Swaab, Frans de Waal, Salomon Kroonenberg, Bjørn Lomborg, Neil Postman, Ab Osterhaus, Lynn Margulis, Gerard ’t Hooft, Edward Teller, Indur Goklany en 53 andere gerenommeerde wetenschappers. In zijn epiloog kijkt Rozendaal terug op de fundamentele veranderingen in de wetenschap en de journalistiek in de afgelopen veertig jaar.

Ik had de eerdere versie al een keer gelezen. Maar sommige boeken worden beter als je ze meer leest. Dat was ook met dit boek het geval. (Nou ja … je realiseert je dat je ze in eerste instantie te vluchtig hebt gelezen.) In deze interviews komt een brede waaier aan disciplines en thema’s aan de orde: natuurkunde, scheikunde, sterrenkunde, psychologie, neuropsychologie, virologie, paleontologie, paleo-antropologie, snaartheorie, deeltjesfysica, wiskunde, kunstmatige intelligentie, geloof en wetenschap, biologie, DNA, geneeskunde, gentherapie, kanker, kernenergie, oceanografie, milieukunde en klimatologie. En dat alles zonder formules!

Voor dit blog zijn natuurlijk zijn stukken over klimaat, milieu en duurzaamheid het meest interessant. Het betreft hier interviews met Richard Lindzen, Bruce Ames, Aaron Wildavsky, Salomon Kroonenberg, Patrick Moore, Bjørn Lomborg, Freeman Dyson, Indur Goklany en Lousie Fresco.

Onder de titel, ‘Broeikasgelovigen zijn niet geïnteresseerd in vragen’, schonk Simon Rozendaal reeds in 1991 aandacht aan Richard Lindzen, die een van de eerste wetenschappers was, die de menselijke broeikashypothese in twijfel trok. Hij werkte mee aan het rapport van het VN-klimaatpanel (IPCC) in 2001, maar was er ook sceptisch over. Het interview opent met enkele impressies van een beruchte hoorzitting onder leiding van de toenmalige vice-president Al Gore, waarin deze trachtte de aanwezige wetenschappers in het gareel te krijgen en de klimaatscepticus Lindzen in een hoek te drijven. Dat lukte slechts ten dele.

Na de zitting volgde het interview met de toen 51-jarige Lindzen. Enkele van zijn uitspraken:

De kids die nu het broeikasonderzoek ingaan, zijn allemaal sociologen die de wereld willen verbeteren.

De voorspellingen van de naderende klimaatramp zijn allemaal gebaseerd op computermodellen die niet deugen. Ze zijn niet in overeenstemming met de natuur.

Het hoogtepunt van de milieuhysterie is voorbij.

Los van de vraag op je gelooft in het broeikaseffect – ik doe dat niet – er is nog zo veel onbekend over het klimaat dat we eenvoudigweg niet in staat zijn om er iets zinnigs over te zeggen. Maar ja de echte gelovigen zijn niet geïnteresseerd in vragen. Zij weten de antwoorden al. Ze luisteren naar Moeder Aarde en horen dat ze huilt. Tja, wat moet je dan nog?

In een volgend interview, eveneens uit 1991, merkte Bruce Ames op:

De milieubeweging is een religieuze beweging geworden. Ze hebben milieu tot een moreel issue gemaakt.

Hoewel Aaron Wildavsky politicoloog was (hij is inmiddels overleden), is hij vooral bekend om zijn kritiek op de milieuverdwazing. Simon Rozendaal interviewde hem in 1992. Wildavsky geloofde niet dat er een gat in de ozonlaag was. Noch dat de bossen zouden sterven door zure regen. Hij geloofde niet dat dioxine, asbest, pcb’s en pesticiden slecht zijn voor de gezondheid. De concentraties waarin zij voorkomen zijn eenvoudigweg te laag. Hij meende dat de miljarden guldens die de regeringen jaarlijks uittrekken om het milieu de verbeteren weggegooid geld zijn.

De claims van de milieubeweging zijn vals, grotendeels vals of onbewezen.

Het interview met Salomon Kroonenberg vond plaats in 2001. Het ging niet over klimaat. Immers, diens boek, ‘De menselijke maat’, dat over die materie handelde, verscheen pas in 2007. Het ging daarentegen over een vermakelijke en fascinerende rondleiding van professor Kroonenberg met zijn studenten door Delft, waarbij hij hen vertelde over de herkomst van allerlei stadsgesteenten (stoeptegels, drempels, bakstenen, puien enz.). Men kan zich levendig voorstellen hoe verbaasd voorbijgangers moeten zijn geweest bij het aanzicht van een grote, volwassen man, vergezeld van een schare jongelui, die met een loep de puien van winkels bestudeert, scherp in de gaten gehouden door wantrouwende winkeliers.

Met het interview met Patrick Moore, een Canadese ecoloog en een van de gezichtsbepalende activisten van Greenpeace, keert Simon Rozendaal weer terug naar de thema’s milieu en klimaat. Moore vertrok met ruzie van Greenpeace en is inmiddels fel tegenstander van die milieuclub. Hij is vóór kunstmest. Zonder kunstmest zouden twee miljard mensen sterven. Hij is eveneens voorstander van genetische manipulatie. Hij is van mening dat de echte duurzaamheid, het compromis tussen mens en milieu door de milieubeweging belemmerd wordt. Ze zijn tegen viskweek, bosbouw en landbouw. Dat zijn nu net de drie sectoren waar de mens al eeuwenlang in staat is om opeen duurzame, fatsoenlijke manier met de aarde om te gaan.

In het begin ging het Greenpeace ook om de mens. Dat is voorbij volgens Moore:

Greenpeace is zijn humanitaire wortels kwijt geraakt.

De laatste jaren is Moore vooral pleitbezorger van gouden rijst, een genetisch gemanipuleerde rijstsoort waarin vitamine A zit, waarmee blindheid in de derde wereld kan worden bestreden.

Volgens Moore heeft de strijd van de milieubeweging religieuze kenmerken gekregen. Een jihad-element. Moore gelooft dat veel mensen binnen de milieubeweging werkelijk vinden dat de westelijke beschaving kwaadaardig is. En zoals het wel vaker met zeloten gaat, redeneren zij dat zij de uitverkorenen zijn, de good guys.

In 2009 interviewde Simon Rozendaal Bjørn Lomborg, de Deense politicoloog en voormalige milieuactivist, die vooral bekendheid kreeg door de publicatie van zijn klassieker: ‘The Skeptical Environmentalist’, waarin hij, in navolging van de vooruitgangsoptimist Julian Simon, op basis van talloze statistieken, aantoonde dat de ‘litanie van milieuangsten’, die door de milieubeweging werd verkondigd, in strijd was met de feiten.

Lomborg is geen volbloed klimaatscepticus. Hij erkent dat de aarde opwarmt, maar stelt dat de huidige maatregelen niets uithalen. Hij is sceptisch ten aanzien van de groene economie.

De New Green Deal betekent dat we voor spullen meer gaan betalen dan dat we er nu voor betalen. Obama en Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, hadden onlangs een opiniestuk in The New York Times waarin ze er op wezen dat er evenveel mensen werken in de windmolens als in de steenkool. Hun cijfers klopten niet helemaal, maar dat doet er niet toe. Waar het om gaat, is dat windmolens maar 1 procent produceren van de energie die uit steenkool komt. Dat betekent dus dat je honderd banen nodig hebt voor wat in steenkool met één baan lukt. Als samenleving wordt je daar niet rijker van. Dat is dramatische verarming.

Ook de hoogbejaarde Brits-Amerikaanse natuurkundige, Freeman Dyson (geboren in 1923, maar nog verrassend jong van geest), die Albert Einstein nog persoonlijk heeft gekend en die icoon-status heeft verworven, is ook zeer kritisch over de menselijke broeikashypothese en het klimaatbeleid.

Citaat:

Het is opmerkelijk dat veel broeikassceptici ouder zijn. Ook veel Nederlandse sceptici zijn ruimschoots voorbij de pensioengerechtigde leeftijd. Hoe komt dat toch? Dyson zwijgt enkele seconden en kijkt zijn gesprekspartner opeens diep in de ogen. ‘Mensen die ouder zijn, zijn financieel onafhankelijk en kunnen vrijuit spreken. Ik wil het eigenlijk niet over de drijfveren van mensen hebben, maar er hoeft geen twijfel over te bestaan dat er een klimaatlobby is. Er zijn heel veel wetenschappers die geld verdienen door de mensen bang te maken. Ik zeg niet dat ze het met opzet doen, maar feit is dat heel wat inkomens op die angst zijn gebaseerd.

Vervolgens een interview met Indur Goklany, een Amerikaans milieukundige van Indiase afkomst, die aan de wieg stond van het VN-klimaatpanel (IPCC). Hij was vele jaren namens de Amerikaanse regering onderhandelaar bij het IPCC. Tegenwoordig manifesteert hij zich als groen-rechtsdenker met publicaties als: ‘The Improving State of the World’.

Citaat:

Eind jaren zeventig was Goklany vicevoorzitter van de Amerikaanse nationale commissie voor de luchtkwaliteit. ‘In die tijd was ik ervan overtuigd dat luchtvervuiling een groot probleem was en veel mensen doodde. In die commissie ontdekte ik echter dat milieuwetenschap niet zo erg wetenschappelijk was. De metingen van de luchtkwaliteit deugden bijvoorbeeld niet en de modellen waaruit de hoge sterftecijfers ten gevolge van luchtvervuiling kwamen, evenmin. Er was geen relatie tussen de modellen en de realiteit. Maar in die commissie zaten vooral economen en die begrepen helemaal niet waar ze het over hadden.

Vanaf dat moment begonnen de opvattingen van Goklany te kantelen. Hij schreef diverse artikelen en boeken waarin hij kanttekeningen plaatste bij de milieugekte en zich manifesteerde als hartgrondig optimist. In dat opzicht zit hij op dezelfde lijn als de dwarse denker Bjørn Lomborg. Goklany denkt dat hij de ontwikkelingen soms een tikje scherper ziet, omdat hij uit een ontwikkelingsland komt.

Een meer recent interview (2016) was dat met Louise Fresco, sinds 2014 bestuursvoorzitter van Wageningen University en voorheen tien jaar werkzaam bij de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN. In dit interview kwam onder meer het thema biologisch voedsel ter sprake. De sfeer rond biologisch voedsel is leuk kleinschalig, maar de werkelijkheid is dat biologische landbouw niet zelden slecht is voor het milieu, niet diervriendelijk en niet duurzaam.

Louise Fresco:

Efficiëntie is meer output per input en dat is per definitie meer duurzaam. Ik weet dat tal van mensen dat niet zo zien en duurzaamheid met kleinschaligheid associëren, maar ze hebben ongelijk.

Citaat:

Veel mensen in Europa en de Verenigde Staten lijken niet meer te weten dat we vandaag de dag in een paradijs leven, waar het bestaan rijker en aangenamer is dan ooit tevoren. In plaats daarvan wordt gedacht dat de wereld naar de filistijnen gaat.

Louise Fresco:

Dat is westers defaitisme. In Afrika en Azië zijn ze nog dolblij met vooruitgang. Als ze zich in Azië kritisch uitlaten over genetisch veranderde landbouwgewassen dan is dat ze ingefluisterd door westerse non-gouvernementele organisaties. In Afrika weten ze nog wat armoede is, wij zijn dat perspectief kwijtgeraakt. Niemand in onze wereld heeft nog grootouders die kunnen verhalen over armoede en honger.

Aldus Louise Fresco.

Simon Rozendaal heeft een onwrikbaar geloof in de vooruitgang van de mensheid. Hij heeft een zonnige kijk op de toekomst. Met deze visie staat hij lijnrecht tegenover het cultuurpessimisme van de klimaatbevlogenen en schaart hij zich in het rijtje van auteurs als Julian Simon, Indur Goklany, Bjørn Lomborg en Matt Ridley. (Matt Ridley opende onlangs het academische jaar in Wageningen. Zoals gebruikelijk rapporteerde de NOS gretig over de begeleidende wanklanken. Over de inhoud van de rede? Nauwelijks iets!)

Tijdens zijn afscheid memoreerde Simon Rozendaal een stukje uit zijn eigen familiegeschiedenis.

Citaat:

Het lijkt wel of we niet van goed nieuws houden. In mijn boek, ‘Alles wordt beter! Nou ja, bijna alles‘, uit 2015 heb ik een poging gedaan om dat te verklaren. Inmiddels denk ik dat het vooral komt doordat we het te goed hebben. Zo valt de weerstand tegen vaccins on onze contreien te verklaren uit het feit dat we door die vaccins niet meer weten welke ellende infectieziekten kunnen aanrichten.

In Afrika weten ze wat het is om kinderen te verliezen omdat er geen vaccins zijn. Bij ons is dat te lang geleden. We hebben het niet van onze ouders en grootouders gehoord. Maar wie langer teruggaat in de tijd ontdekt dat het bij ons net zo was als in Afrika en misschien wel erger. Mijn overgrootvader Johannes Rozendaal bijvoorbeeld had dertien kinderen van wie er vijf overleden. Diens vader Paulus had er dertien van wie er negen stierven.

Zijn laatste boek ‘Vertrouwen in de wetenschap’ is de neerslag van een een lange en uiterst vruchtbare carrière als wetenschapsjournalist. Hij heeft nu officieel afscheid genomen. Toen ik zijn receptie verliet, informeerde ik wie zijn opvolger bij Elsevier zou worden. Met een olijke twinkeling in zijn ogen zei hij dat die er niet was en dat hij zou blijven doorschrijven. Daar mogen we dan erg gelukkig mee zijn.

Frits Böttcher

Wat Simon Rozendaal bewoog om zijn artikel, ‘Hoe zo broeikas?’ (1990), te schrijven is hieronder te zien. Hierbij gaat hij ook in op de rol van (wijlen) prof. Frits Böttcher, een eminent chemicus die op 31-jarige leeftijd hoogleraar werd in Leiden en mede-oprichter was van de eerste Club van Rome. Hij moest zijn openlijke kritiek op de opwarmingshysterie onder druk van zijn opdrachtgevers opgeven.

Voor mijn eerdere bijdragen over klimaat en aanverwante zaken zie hierhier, hier, hier en hier.